Brengt China dichterbij

One country, two systems – een vergelijkend politieonderzoek

door Ans Hooft

Mijn vriendin T was haar telefoon verloren. Dat is overal in de wereld een drama, maar vooral in China. Zonder telefoon kun je niets meer betalen, tenzij je thuis nog ergens een stapeltje cash hebt liggen. Zonder telefoon kun je ook niet meer naar je werk, want je kunt geen taxi bestellen, geen fiets huren, niet inchecken bij de metro of bus, en bovendien kun je niemand bellen. T. was dus behoorlijk in paniek toen ze bij mij aanbelde. We besloten samen naar het dichtstbijzijnde politiebureau  te gaan. 

Het politiebureau in onze buurt is klein, en we waren direct aan de beurt. De politieman vroeg in zijn beste Engels wat T deed en waar ze was, toen ze nog een mobieltje had. Dat wist ze precies: ze had een fiets gehuurd met haar telefoon, en toen ze thuiskwam was ze het ding kwijt. De agent schreef van alles op en vroeg vervolgens keurig toestemming: of T het goed vond dat hij camerabeelden van haar ging bekijken. Dat vond ze goed en hij verdween naar achteren. Na een tijdje kwam hij terug met een laptop en zowaar, daar stond een fietsende T op. Hij kon zelfs inzoomen en zowaar, we zagen haar mobieltje half in haar jaszak zitten. We werden er bijna vrolijk van. Maar, vertelde de agent, daar fietst T een andere straat in, en die straat is in de aangrenzende wijk. Die wijk valt onder een ander politiebureau. Van die wijk hebben wij geen camerabeelden, dus dames, u moet naar dat andere bureau. Wat jammer, we vonden deze agent eigenlijk wel sympathiek. 

Ik bestelde een taxi naar de andere wijk. Het werd al laat op de avond en de agenten in het andere bureau hadden weinig te doen. We vroegen ons af of het criminaliteitscijfer in China al echt tot nul gedaald was, zodanig dat agenten gewoon spelletjes op hun telefoon kunnen spelen. Ze waren in ieder geval niet druk met boeven vangen. Onze agent ging ook camerabeelden bekijken, deze man liet ons niet meegenieten. Het werd helaas niet duidelijk waar de telefoon gebleven was. T liet haar ‘find my phone’ functie zien, maar de agent zei dat dit niet heel exact werkt, zeker niet in een stadsdeel waar duizenden mensen boven elkaar wonen. Alle gegevens werden netjes genoteerd, en de agent beloofde dat hij zou bellen zodra hij nieuws had. Mijn vriendin was nog steeds een beetje verdrietig, maar we hadden het gevoel dat iedereen zijn best had gedaan.

Telefoon nog in T’s jaszak

Na twee dagen werd er bij haar aangebeld door een haastige jongeman die niet deed aan oogcontact. “This is your phone” zei hij en stopte de onthutste T haar mobieltje in haar hand. Geen verklaring, geen verzoek om beloning, hij was direct weg. We hebben nog steeds geen idee wie dit was en hoe de telefoon gevonden is. Het geeft niet: T was in de wolken.

Twee weken later ging ik een lang weekend naar het fantastische, bruisende Hong Kong. Een hele dag door de drukke stad crossen met bus, ferry, metro en overal winkelen en eten. Aan het eind van de dag was mijn telefoon uit mijn tas verdwenen. Ik had hem niet eens gebruikt, we hadden geld gepind en geen foto’s gemaakt. Toen de paniek toesloeg, kon ik maar één ding bedenken: ik moest naar de politie. 

Een politiebureau in Hong Kong is een andere ervaring dan in Shanghai. Het is druk en de agenten zijn erg vermoeid. Toen ik aan de beurt was, vertelde ik dat ik mijn telefoon kwijt was. De agent zuchtte diep. “Dus, u wilt een proces verbaal opmaken voor de verzekering?” Ik wist niet wat ik hoorde. Wat dacht hij wel! “Nee! Ik wil mijn telefoon terug!” De agent kon een sarcastisch lachje niet onderdrukken. Alsof hij een mobieltje zou gaan zoeken! Hij had wel wat beters te doen! Hij gaf me een lang formulier. “Vult u dit nou helemaal in, en vergeet vooral het IMEI-nummer niet.”  “Het wat?” “Het serie-identificatienummer. Dat staat op de verpakking. Sorry mevrouw, als u dat niet heeft, dan wordt het wel erg moeilijk.” We spreken af dat ik het nummer op ga zoeken zodra ik weer thuis in Shanghai ben. Ik vraag nog hoe groot de kans is dat een telefoon wordt teruggevonden. Hij geeft niet eens antwoord. Wat had hij willen zeggen? Dat ik niet meer in de beveiligde bubbel was die China heet? Dat moederland, waar hij beslist ook een mening over heeft die hij niet kan delen? Dit is Hong Kong, dit is een échte stad, inclusief criminaliteit, daklozen, en nauwelijks camera’s, eigenlijk net zoals Europa. Daar gebeuren die dingen, dat is heel normaal. In deze echte, normale wereld zal ik mijn mobieltje nooit meer terugvinden.

One country, two systems en zo? Dat zal nog heel lang zo blijven.

Ans Hooft woont al 17 jaar in Shanghai. Ze schrijft voor ChinaNU+ over haar belevenissen en is de auteur van het boek Lockdown in Shanghai. https://www.boekenbestellen.nl/boek/lockdown-in-shanghai/62959