Brengt China dichterbij

China NU bijna een halve eeuw oud, deel 8

Jaap Post

Wanneer u al langer lid bent van VNC dan heeft u ongetwijfeld nog een stapeltje tijdschriften liggen, de China NU. Een prachtig blad, waar een schat aan informatie in te vinden is. Voor ChinaNU+, leest Jaap Post in de aanloop naar het 50 jarig jubileum van VNC ze allemaal nog eens door en maakt er een zeer lezenswaardige samenvatting van. In dit nummer gaan we verder met de jaargangen 36 tot en met 40, de periode 2011-2015. 

 

China gaat investeren in het buitenland

Aan het eind van het vorige millennium en nog sterker in het eerste decennium van deze eeuw wordt China een steeds grotere speler op de wereldmarkt. De toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 2001 geeft daar nog een extra impuls aan. Ook de investeringen van westerse bedrijven in China hebben de Chinese export sterk gestimuleerd. Mede door de groeiende export is China inmiddels de tweede economie van de wereld. Die positie maakt het mogelijk om ook zelf in het buitenland te investeren, onder meer door het overnemen van bedrijven en het opzetten van nieuwe bedrijven. China NU meldt dat tussen 2003 en 2009 de directe buitenlandse investeringen groeien van nog geen drie miljard dollar naar ruim 56 miljard dollar. China’s aandeel in de mondiale directe buitenlandse investeringen neemt vooral daardoor toe van een luttele 0,45% naar 5.1%. China rukt daarmee op tot de vijfde plaats in de ranglijst van buitenlandse investeerders. Het merendeel van deze investeringen gaat naar landen in Azië, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten. In 2009 is het aandeel van Europa en Afrika nog beperkt: niet meer dan 4% van het totaal. 

 

China Nu gaat in op de grote invloed van de overheid op de aard en de bestemming van China’s investeringen in het buitenland. Dit geldt in het bijzonder voor de belangrijkste staatsbedrijven, waarvan de bestuurders door de Communistische Partij worden benoemd. Maar ook de private bedrijven hebben nauwe banden met de Chinese overheid. Voor het buitenland is het lastig in te schatten wat de achtergronden van de Chinese investeringen zijn, omdat er doorgaans weinig informatie is over de precieze relatie tussen de bedrijven en de Chinese overheid.

De VS en China beschouwen elkaar als potentiële vijanden. Europese bedrijven met grote belangen op de Amerikaanse markt zullen dan ook, zo schrijven de auteurs in 2011, terughoudend zijn om technologie te delen met Chinese bedrijven uit angst om buitengesloten te worden in de VS. En Europese overheden zullen niet willen dat ondernemingen worden overgenomen als daardoor hun betrekkingen met de VS onder druk komen te staan: “Naarmate China’s investeringen in Europa toenemen, zal ook de noodzaak groter worden voor Europese regeringen om een beleid te voeren dat rekening houdt met zowel de economische als de politieke aspecten van die investeringen.” Hoe actueel kan een oude China Nu wel niet zijn.   

 

Vette Jaren

Met de groeiende welvaart komt ook de kunst steeds meer tot bloei, zowel in woord als in beeld. China Nu schenkt er veel aandacht aan, ook kritische kunstenaars en hun werk worden daarbij niet vergeten. Zo worden artikelen gepubliceerd over bijvoorbeeld beeldend kunstenaar Ai Weiwei en auteur Chan Koonchung. Kunstenaars die door de censuur van de Chinese overheid in het buitenland meer bekend zijn dan in China zelf. “In zijn boeiende sciencefiction-achtige roman De vette jaren houdt Chan Koonchung”, zo schrijft  China Nu, “de lezer een confronterende spiegel voor over de grote invloed die overheidscensuur uitoefent op de Chinese samenleving”. In het boek gaat het over één maand die ontbreekt in het collectieve geheugen van de meeste Chinezen en de gouden of vette jaren die daarop volgen. In de eerste week van die maand breekt een wereldwijde economische crisis uit die leidt tot chaos en zulke grote onlusten dat het Chinese volk halsreikend uitziet naar het uitroepen van de noodtoestand door de overheid. In de drie daaropvolgende weken wordt door het leger de orde hersteld door keihard ingrijpen. In de jaren daarna blijken die achtentwintig dagen in de pers en op het internet nauwelijks te worden genoemd, iedereen heeft de blik op de toekomst gericht en heeft het te druk met geld verdienen en uitgeven. Voor het Propaganda Departement was dat aanleiding om die maand helemaal uit de media en van het internet te laten verdwijnen. De conclusie van het boek is dat de overheid en het volk tot elkaar zijn veroordeeld. Wanneer een totalitair regime gepaard gaat met overvloedige consumptie dan is het voor de meeste Chinezen geen probleem om slechts negentig procent van de vrijheid te hebben die mogelijk is. “Maar”, zegt Koonchung, “de Chinese intellectuelen zijn het aan zichzelf verplicht om de tien procent onvrijheid niet te vergeten. Zij hebben de plicht om het Chinese volk aan de geschiedenis te herinneren.”  

 

Sociale media en censuur

Tijdens de Arabische lente speelden sociale media als Facebook en Youtube een succesvolle rol bij de verschillende opstanden en revoluties. Dat kon omdat de overheden geen controle hadden op deze diensten. Dit zou in China ondenkbaar zijn. Zo schrijft China Nu dat bij de komst van het internet in de eerste helft van de jaren negentig de Communistische Partij al direct onderkende dat er naast de grote voordelen van deze nieuwe technologie voor de economie er ook mogelijke gevaren aan kleefden voor de staatsveiligheid. Ook in het buitenland werd er op gewezen dat het internet een breekijzer zou kunnen worden voor meer democratie in China. Om die gevaren in te dammen kwam de Chinese overheid met een variant op de Chinese muur: de “Great Firewall”. Hierdoor werd de Chinese bevolking nagenoeg geheel afgesloten van digitale westerse sociale media. Tegelijkertijd werden voor Chinees gebruik varianten of klonen van de westerse sociale media ontwikkeld waar de overheid wel toezicht op kan houden. Zo is bijvoorbeeld ‘Renren’ de Chinese versie van Facebook, ‘Weibo’ die van Twitter (nu X) en ‘Youku’ die van YouTube. Dit toezicht, samen met de ‘Great Firewall’ heet heel toepasselijk het ‘Gouden Schild’ en valt onder de verantwoordelijkheid van  het ministerie van Openbare Veiligheid. Daarnaast hebben ook andere departementen en veel regionale autoriteiten eigen systemen om internet in de gaten te houden en zo nodig te censureren. Overigens is de censuur soms ook selectief en wordt kritiek op lagere en lokale overheden niet gecensureerd. Het komt dan ook voor dat door massaal op internet geuite kritiek lokale bestuurders het veld moeten ruimen. Hoe belangrijk dit ‘Gouden Schild’ is blijkt wel uit het feit dat er in 2013 al bijna 600 miljoen internetgebruikers in China zijn. Veel internetgebruikers lijken niet wakker te liggen van de censuur, omdat ze gewoon niet in de gaten hebben dat censors hebben ingegrepen.    

 

Leiderschapswissel

In november 2012 volgt XI Jinping Hu Jintao op als secretaris-generaal van de Communistische Partij. Voor China Nu belangrijk genoeg om hierover in het winternummer van 2012 een artikel te publiceren met daarin ook enkele voorzichtige verwachtingen over het nieuwe leiderschap. In Amerika is dan net Obama herkozen. Xi Jinping, toen 59 jaar, heeft dan al een aantal jaren deel uitgemaakt van het negenkoppige Permanente Comité van het Politbureau onder het leiderschap van Hu Jintao. In de loop van de tijd hebben belangrijke veranderingen plaatsgevonden, enorme persoonlijke macht heeft plaatsgemaakt voor gedeelde macht en consensus. Gememoreerd wordt dat machtswisselingen steeds meer geïnstitutionaliseerd zijn. Vooral sinds Hu Jintao in 2003 aan de macht kwam verlopen machtswisselingen meer geordend. Er is een pensioenleeftijd van 67 jaar ingesteld, waardoor in 2012 zeven van de negen leden van het Politbureau aftreden. Ook is afgesproken dat een president maximaal twee termijnen van vijf jaar mag dienen. Verwacht wordt dat onder het nieuwe gedeelde leiderschap het behoud van binnenlandse stabiliteit prioriteit zal hebben. Economische groei en het aanpakken van corruptie spelen daarbij een belangrijke rol. Zo heeft Xi Jinping benadrukt vrije marktwerking en ondernemerschap belangrijk te vinden. De bestrijding van corruptie zal geen sinecure zijn omdat het ook op topniveau wijdverspreid is. Er wordt niet verwacht dat de politieke koers belangrijke wijzigingen te zien zal geven. Wel wordt er op internet enorm geklaagd en wordt er steeds massaler gedemonstreerd tegen overheidsoptreden en milieuvervuiling. De nieuwe leiders zullen daar rekening mee moeten houden. Beleidsaanpassingen die verder gaan dan bestrijding van de symptomen lijken onontkoombaar. Tot welke beleidsveranderingen dit zal leiden, blijft dan nog ongewis. Inmiddels zijn wij dertien jaar verder en weten we hoe het verder is gegaan en hebben wij de letterlijke en fysieke verwijdering van het toneel gezien van de voorganger van Xi.  

 

“Je kunt China niet veranderen………”

Met de sterke economische groei van China nemen op allerlei gebieden de contacten tussen Nederland en China toe. Zo zijn er exposities van Chinese kunst, neemt het toerisme sterk toe, groeit het aantal Chinese studenten in Nederland, gaan Nederlandse adviseurs naar China etc. China NU schrijft er over. Door al die contacten beïnvloed je elkaar. Soms zijn die contacten van langdurige aard. Zo woont architect John van de Water al vele jaren in China. Hij ervaart een “Chinese zucht naar vernieuwing” maar ziet ook allerlei verschillen met Nederland. Zo werkt men veel sneller dan in Nederland en worden gebouwen gemaakt voor tien jaar of korter. Dat kan dan weleens een gebouw opleveren dat minder geslaagd is. Een Chinese collega van hem merkt in dat verband op “Het heden is maar een klein moment in de zee van de eeuwigheid die de Chinese cultuur kenmerkt”. Na al die jaren in China komt van de Water tot de slotsom dat “Je kunt China niet veranderen maar China verandert jou”.