Door Jaap Post
Wanneer u al langer lid bent van VNC dan heeft u ongetwijfeld nog een stapeltje tijdschriften liggen, de China NU. Een prachtig blad, waar een schat aan informatie in te vinden is. Voor ChinaNU+, leest Jaap Post in de aanloop naar het 50 jarig jubileum van het blad ze allemaal nog eens door en maakt er een zeer lezenswaardige samenvatting van. In dit nummer gaan we verder met de jaargangen 31 tot en met 35, de periode 2006-2010.
Gloriejaren
De jaren van het eerste decennium van het nieuwe millennium zijn gloriejaren voor China. De toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de stormachtige ontwikkeling van de economie maken China voor westerse bedrijven tot een ‘place to be’. Met als kers op de taart de Olympische Spelen in Beijing in 2008 en de World Expo in Shanghai in 2010. Hoe trots de Chinezen zijn dat de Olympische Spelen in China worden gehouden blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat volgens het winternummer van 2007 van China NU bijna 3500 kinderen van hun ouders de naam Aoyun hebben gekregen, het Chinese woord voor Olympisch. China heeft zich al in 1993 kandidaat gesteld voor de Spelen van 2000. Toen moest China de Spelen aan zich voorbij laten gaan. Belangrijkste reden is de belabberde situatie van de mensenrechten in China. De neergeslagen studentenprotesten (1989) liggen dan nog vers in het geheugen. Bij de tweede kandidaatstelling in 1999 voor de Spelen in 2008 start China een grote promotiecampagne, niet alleen in het buitenland maar ook in het binnenland. Zo is er bijvoorbeeld een speciaal lesprogramma ‘Kinderen leren hun ouders Engels’. In 2001 krijgt Peking de Spelen wel toegewezen. Mensenrechten spelen bij de toewijzing opnieuw een rol. Dit keer met de redenering dat de mensenrechtensituatie en de democratisering van China positief zouden kunnen worden beïnvloed als Peking de Spelen organiseert.
Ook de Chinese taal is ‘in’
Naarmate China steeds meer een onderdeel van het wereldgebeuren wordt, wint de Chinese taal aan belangstelling. In 2008 zijn er volgens China NU meer dan vijftig middelbare scholen in Nederland waar het vak Chinees kan worden gevolgd. Iedere school doet dat op eigen wijze, maar tegelijkertijd wordt er gewerkt aan het professionaliseren van het vak Chinees. De leerlingen van een school in Hilversum zijn in 2012 de eersten die officieel in het vak Chinees examen doen. Een aantal van deze scholen doet ook aan uitwisseling. Bij een van die uitwisselingen vragen Nederlandse leerlingen aan een scholiere uit Chengdu welke hobby’s zij heeft. Zij begrijpt de vraag niet. Na uitleg zegt ze geen tijd te hebben voor hobby’s, al haar tijd besteedt ze aan schoolwerk. Voor beide partijen een verrassend gesprek.
Naar nummer drie op de ranglijst
Met een economische groei van zo’n tien procent groeit de Chinese economie als kool. Inmiddels is China op de ranglijst van economische grootmachten derde geworden na de Verenigde Staten en Japan. Dat is vooral mogelijk geworden door de sterk groeiende export van China. Maar die groei levert ook fricties op. China NU bespreekt die fricties voor zover die betrekking hebben op de relatie tussen China en de VS. Er zijn fricties op een aantal gebieden, zoals de handels(on)balans, productveiligheid, de grote buitenlandse reserves die in handen zijn van de Chinese overheid en het valutakoersbeleid. Weliswaar heeft de handel met China de Amerikaanse consument in de periode 1996-2003 een voordeel gebracht van $600 miljard maar daar staan nadelen tegenover. Zo houdt het Amerikaanse industriële achterland China verantwoordelijk voor een daling van 19% van de Amerikaanse productiebanen sinds 2000. Amerika vindt dat China de eigen interne markt meer moet stimuleren. Met het oog op deze fricties hebben de beide presidenten, Bush en Hu, in 2006 een ‘Strategische Economische Dialoog’ opgezet. De Amerikanen streven daarbij ‘new habits’ na; de dialoog zou een gewoonte moeten worden tussen beide landen.
Eenkindpolitiek en de waaier van gevolgen
Het draconische eenkindbeleid van de overheid dateert al vanaf het begin van de jaren tachtig en is succesvol, in die zin dat het aantal kinderen aanzienlijk daalt. In sociaal opzicht heeft het diep ingrijpende gevolgen voor de levens van gezinnen en gemeenschappen. In China NU verschijnen regelmatig artikelen hierover. Het gaat dan over de toename van het aantal abortussen, het laten overlijden pal na de geboorte, het verkopen en te vondeling leggen van baby’s en adoptie door westerse echtparen. Gebeurtenissen die veel leed veroorzaken. Leed dat een lange nasleep heeft. Door de economisch en traditioneel bepaalde voorkeur voor jongens ontstaat er bovendien een groot overschot aan mannen die geen huwelijkspartner kunnen vinden. Geadopteerde kinderen gaan op zoek naar hun biologische ouders. China NU verhaalt dat bij adoptiekinderen zich een multiculturele persoonlijkheid ontwikkelt. “Wie een kind uit China in huis haalt, moet in feite bereid zijn een stuk China in huis te halen. China moet in huis te zien, te horen, te proeven en te ruiken zijn.”
Weeshuizen en kinderen met een handicap
Als jongens in China op de eerste plaats komen en meisjes op de tweede plaats dan komt er een hele tijd niets en dan pas komen de kinderen met een of een dubbele handicap. Deze laatstgenoemde kinderen hebben geen economische waarde, integendeel zij kosten geld en tijd die ook aan economische activiteit besteed had kunnen worden. Veel kinderen met een handicap belanden dan ook in een weeshuis. Dat kan een particulier of een staatsweeshuis zijn. In tegenstelling tot de particuliere weeshuizen mogen de staatsweeshuizen niet door westerlingen worden bezocht. Een redacteur van China NU vertelt in een artikel met de titel ‘Schrijven met je voeten om te overleven’ over het vrijwilligerswerk dat zij heeft verricht in een tweetal particuliere weeshuizen. Beide huizen worden financieel ondersteund door BICCO (Beijing International Committee for Chinese Orphans), een lokale organisatie die gebruikmaakt van sponsoren uit het buitenland. In het eerste weeshuis wonen dertig kinderen die begeleid worden door zeven verzorgsters. Het tweede weeshuis is in een nonnenklooster, waar veertig kinderen verblijven met tachtig zorgzame moeders: de nonnen. In de staatsweeshuizen is een verhouding van tachtig kinderen op één verzorgster eerder regel dan uitzondering. Het verwaarlozen van gehandicapte kinderen is er aan de orde van de dag.
Het woord ‘canfei’ wordt niet meer gebruikt.
Naast gehandicapte kinderen zijn er natuurlijk ook gehandicapte volwassenen. Volgens schattingen zijn er in China 83 miljoen gehandicapten. Volgens China NU werden die vroeger wel ‘canfei’ genoemd ofwel ‘gehandicapt en zonder nut’. Maar dat is verleden tijd. Weliswaar zijn er de laatste jaren wetten aangenomen om de positie van gehandicapten te verbeteren maar de praktijk is weerbarstig. Gehandicapte kinderen worden vaak geronseld door bendes om te bedelen en bedrijven betalen liever een hoge boete dan een gekwalificeerde gehandicapte in dienst te nemen. Gehandicapten in China hebben dan ook in grote mate te maken met discriminatie. Het is dan ook van grote betekenis dat na de Olympische Spelen ook de Paralympics in Peking worden gehouden. In de voorbereiding van deze laatste Spelen worden allerlei voorzieningen in de stad aangebracht voor de deelnemers aan de Paralympics. Voorzieningen waar ook na afloop van de Spelen de gehandicapte inwoners van Peking gebruik van kunnen maken. Tijdens de Paralympics kunnen de Chinezen vaak hun ogen niet geloven om te zien tot welke indrukwekkende prestaties gehandicapten in staat zijn. De Paralympische Spelen hebben dan ook een belangrijke bijdrage geleverd aan de emancipatie van de gehandicapten. “Maar” concludeert China NU, “er is desondanks nog veel te winnen voor China’s gehandicapten”.
Het drilpuddinkje van Clinton
In elk nummer van China NU staan recensies van boeken en films. Alleen al de recensies maken een abonnement op China NU aantrekkelijk. Zo wordt bijvoorbeeld besproken ‘China, centrum van de wereld’, een in 2007 verschenen boek van Garrie van Pinxteren. Er wordt in het Westen wel gedacht dat economische groei uiteindelijk resulteert in politieke hervormingen en democratie. De auteur acht het echter waarschijnlijker dat de Chinese overheid een typisch eigen Chinees stelsel van opvattingen ontwikkelt waarbij beperkte politieke vrijheid samengaat met maatschappelijke orde en grote welvaart. De Amerikaanse president Bill Clinton voorspelde in 2000 nog dat in het huidige informatietijdperk met modem en mobiele telefoon de democratisering van China niet tegen te houden is. Het zou voor de overheid onmogelijk zijn om het internet volledig te beheersen: “Je kunt net zo goed proberen een drilpuddinkje tegen de muur te spijkeren.” Maar volgens Van Pinxteren laten de actuele ontwikkelingen zien dat China verder is in het toepassen van internetcensuur dan welk ander land ter wereld.
Ook mogen niet alle boeken die worden besproken in China NU worden gelezen in China. Zo is volgens de schrijfster Wei Hui haar boek ‘Shanghai Baby’ verboden vanwege de daarin beschreven levensstijl die volgens de overheid “…is gericht op consumeren, beroemd worden, zelfbevrediging, hedonisme. Iedereen is op zichzelf gericht en niet op gemeenschappelijke idealen.” Wei Hui heeft inmiddels drie boeken geschreven en is, ondanks publicatieverbod in China, razend populair in buiten- én binnenland.
De auteur is Jaap Post; lid sinds 2000, voorzitter van 2001 tot 2008, momenteel adviseur van het bestuur en lid van het Comité van Aanbeveling.