Brengt China dichterbij

De (film)wereld van regisseur Lau Kek-Huat

 (ChinaNU+ in gesprek over The Waves Will Carry Us

door Marilou den Outer

The Waves Will Carry Us was 12 april de slotfilm van het jaarlijkse festival CinemAsia. Het is in één zin gezegd het verhaal van een etnisch Chinese familie in Maleisië. Maar, het zit vol met lagen en details die een intrigerend beeld opleveren van emigratie, generatieverschillen, nationalisme en ongelijkheid, pragmatisme, strijd – kortom: overleven. En dat met de nodige dosis zwarte humor.

Van Taiwan naar Maleisië en terug

Het is geen autobiografische film, maar heeft tal van raakvlakken met zijn eigen familieverhaal, vertelt regisseur Lau Kek-Huat (廖克發 1979. We spreken hem op de laatste dag van CinemAsia in Filmmuseum Eye in Amsterdam. Al snel na dit festival zal hij terugkeren naar zijn thuisland Taiwan en van daaruit naar Maleisië, om daar de officiële première van The Waves mee te maken. Voor hem een bijzonder moment. Diverse van zijn eerdere films mogen er immers niet officieel worden vertoond – te gevoelig in dit Islamitische land. “Deze film wel! Ik ben er heel erg blij om. We prijzen ons gelukkig, we hebben maar een paar scenes hoeven aanpassen”, aldus Lau.

De film gaat over de naar Taiwan geëmigreerde Ah Yao die voor even terugkeert naar Maleisië vanwege de plotselinge dood van zijn vader daar. De familie is in volle stress, het is ook nog Onafhankelijkheidsdag. Via flashbacks naar de tijd van Ah Yao’s opa die als klein jongetje vanuit Fuzhou naar Maleisië kwam, naar de tijd van zijn vader, en van zijn eigen jeugd, ontstaat er een gelaagd beeld van het leven van etnisch Chinezen in Maleisië door de generaties heen.

Opgroeien met gevoel: ‘wij horen eigenlijk niet in dit land

Altijd in de minderheid, en altijd als minderheid behandeld, tot op de dag van vandaag. Zo zien we in de flashback de grootvader van Ah Yao, eerste generatie, die het niet lukte de taaltoets te doorstaan, en daardoor geen volledig burgerschap kon krijgen. Zijn zoontje (dus de vader van Ah Yao) was getuige van de vernedering in dat kantoor.
Beelden uit de volgende generatie laten zien dat Ah Yao’s vader, om enigszins te kunnen overleven (‘we moeten bewegen als een slang’), met de auto sigaretten smokkelde naar het vlakbij gelegen Singapore. Ah Yao moest mee, en doen alsof hij met zijn vader naar de dierentuin ging, ‘tijgers kijken, grrr’. En dat ging wel eens mis aan de grens.  (foto:)

Beeld uit de film

Regisseur Lau: “Die vernedering aan de grens, ja die heb ik ook zelf moeten meemaken. En heb mijn vader erom gehaat. Waarom moest ik dit als kind doen? Hetzelfde gebeurde met mij op school: op Onafhankelijkheidsdag het Maleisische Volkslied moeten zingen, de vlag hijsen – in mijn hart klopte dit niet.
Maleisische klasgenoten konden gemakkelijk naar de universiteit, maar ik als Chinees niet, Indiërs trouwens ook niet. Dat heeft alles te maken met sterk Maleis nationalisme, bekend als Bumiputera. Beleid dat zegt: je bent Maleisiër als je moslim bent – met allerlei voordelen  Ik groeide dus op met het gevoel ‘wij horen eigenlijk niet in dit land’.“

Culturele gelaagdheid

Het moslim zijn speelt een rol in de film. De overleden vader (thuis op de verdieping uit het raam gevallen tijdens het ophangen van de nationale Maleisische vlag) ligt thuis opgebaard en plotseling staat de religieuze sharia politie aan de deur en eist het lichaam op om het op de Islamitische begraafplaats te begraven. Omkoping om dit te verhinderen wordt geprobeerd, maar lukt niet.
Lau: “Deze scene blijft, met een kleine aanpassing, in de film die straks ook in Maleisië in première gaat. Ik zie dit als positief teken. Want kijk, ik ben er helemaal niet op uit om de islam te veroordelen. Maar ik wil wel misbruik van macht aankaarten. Daarom denk ik dat ook veel etnisch Maleispubliek de film zal waarderen. Niet iedereen is blij met het optreden van de sharia politie. Die richt zich ook bijvoorbeeld tegen de lhbtqi gemeenschap en verbiedt in sommige delen van het land bioscopen.”

Maar Lau kijkt verder dan de islam, en houdt ook de eigen traditionele Chinese cultuur en gewoontes tegen het licht en stelt ze aan de kaak. Als opa als kleine jongen 100 jaar geleden in Maleisië arriveert verbiedt zijn Chinese oom hem streng een aangeboden stuk doerian fruit te eten: “word geen barbaar!”. Lau licht desgevraagd toe: “Chinezen destijds verwachtten weer terug te keren naar thuisland China en hielden zich verre van het eten van het lokale ‘barbaarse’ voedsel. Je kon immers niet met een ‘vergiftigde ziel’ naar je vaderland terugkeren”.

Rechts: Lau Kek-huat; foto door Kai Zhang
Q&A met Lau Kek-Huat (r.) op CinemAsia door Darunee Terdtoontaveedej; foto door Kai Zhang

Terug in het heden in de film: aan de doodskist thuis, waar de kinderen het ontvoerde lichaam van vader pragmatisch hebben laten vervangen door een mannelijke pop. De dochter, op dat moment alleen thuis, is vastbesloten toch het gebruikelijke taoïstische afscheidsritueel uit te laten voeren. De ingehuurde priester weigert dit in eerste instantie door haar – een vrouw – te laten doen. Pas nadat ze intens boos is geworden geeft de priester uiteindelijk toe. Lau: “Ik vond deze scene heel belangrijk. De Chinese vrouwen hebben een onderbelichte, maar speciale plek in deze immigrantengemeenschappen. Je ziet vaak dat mannen het ontzettend moeilijk hebben met de ongelijkheid en de vernederingen die zij ervaren, ze schamen zich. Wie zijn dan de steunpilaren en de doorpakkers in de familie? De vrouwen. Ook dat wilde ik laten zien in deze film”.

Terug-naar-het- vaderland-weemoed

Op de vraag of de film ook een universeel thema heeft antwoordt regisseur Lau: “Jazeker: nostalgie. Immigranten van de hele wereld kennen het; de terug-naar-het- vaderland-weemoed. Je ziet het al in het beroemde gedicht van Tang dichter Li Bai. De slotzin: ‘Ik kijk omlaag, en ik denk aan mijn geboorteplaats’ (het gedicht staat onderaan dit artikel -red.).
Maar hoe somber is dat! Ikzelf wil daar anders mee omgaan. Ik ben twintig jaar geleden naar Taiwan geëmigreerd. Ik kwam aan en woonde in het begin in een zeer armzalig hostel. Maar in plaats van mij te beklagen, dacht ik ‘Ja, zo leefde mijn opa bij aankomst in Maleisië ook!’ Ik zag het kortom als een historische gebeurtenis, als een historische plek. Persoonlijke herinneringen, het pad dat je bewandelt – dáár draait het om.
Thuis in Taiwan vertel ik mijn zoons ook dat ze trots kunnen zijn op het feit dat ze met twee culturen opgroeien. En ja, fijn dat dat in Taiwan kan, in vrijheid en met gelijke kansen. Voor mij is ‘thuis’, waar je jezelf kunt ontplooien”.

Optimisme en een volgend project

Hij toont zich optimistisch over die jongere generaties. Zo voert hij in de film de jongere broer van Ah Yao op, die in geel T-shirt deelneemt aan een van de Bersih-betogingen, die sinds 2005 in Maleisië worden gehouden voor eerlijke verkiezingen en andere politieke hervormingen. Zo zit de speelfilm vol verwijzingen naar het echte leven.

Intussen is Lau Kek-Huat volop bezig met zijn volgende productie, een documentaire. Over de relatie Taiwan – Zuidoost-Azië in de Tweede Wereldoorlog. En welke herinneringen Taiwanese Taiwanezen en Maleisische Chinezen er aan hebben.

CinemAsia Festival On Tour:
De film The Waves Will Carry Us wordt nog vertoond in Filmhuis Den Haag op 16 en 19 mei 2026 (met Engelse ondertiteling) 

Gedicht uit de Tangdynastie over weemoed

靜夜思 Jìng Yè Sī door 李白 Li Bai

床前明月光
疑是地上霜
举头望明月
头思故乡
Chuáng qián míngyuè guāng
Yí shì dìshang shuāng
Jǔtóu wàng míngyuè
Dītóu sī gùxiāng

Before my bed, bright moonlight gleams 
I wonder if it’s frost upon the ground.
I raise my head to gaze at the bright moon,
then lower it, thinking of my homeland.

(bron

Over de filmtitel:
The Waves Will Carry us – 人生海海 (Rensheng Haihai)
Deze woorden klinken in de eerste regel van het liedje Huanxi Jiu Hao van Taiwanese zanger Chen Lei (陈雷),

Huanxi Jiu hao 欢喜就好 ‘Het is fijn om blij te zijn’.

Het is een populaire Hok-kian song in Zuidoost-Azië.  De strekking: Het leven is complex, maar omarm het, accepteer het en be happy
Toelichting:

https://lyricsdecode.com/songs/chen-lei-huan-xi-jiu-hao