Brengt China dichterbij

De koloniale kijker nu in Azië zelf bekeken

door R.R. Knoop

De tijden waarin Europeanen, vaak vol van koloniale culturele clichés in een exotische kramp schoten in de omgang met China, zijn nu wel op hun retour. De snelle opkomst van China zelf zal daar zeker een rol in spelen. Cultureel adviseur Riemer Knoop zag in China, en in Thailand dat men daar het westerse imperialistische verleden met geheel andere ogen aanschouwt én er verrassende dingen mee doet.

Tweeduizend jaar Chinese schilderkunst

Eind vorig jaar bracht een lezingenreeks me in Hangzhou naar de Zhejiang Universiteit die – volgens de zogeheten Leiden Ranking – sinds kort tot de wereldtop hoort. Dat de Amerikaanse universiteiten wegens de culture war aldaar snel terrein verliezen zal vast een rol spelen.

Mijn gastheren brachten me naar een van de campusmusea. Ik schreef eerder over dit Art and Archaeology Museum, maar er is meer over te vertellen dan dat het reuzegroot is. Zoals de keuze om een van de vaste tentoonstellingen te wijden aan een – langzaam roulerend – totaaloverzicht van tweeduizend jaar Chinese schilderkunst. Dat betreft dan wel replica’s – niet van echt te onderscheiden, behalve dat ook de passe-partoutlijsten zijn mee gekopieerd. De enorme hoeveelheid vormt voor iemand die niet in de Chinese schilderkunst is ingewijd best een uitdaging: zoek de verschillen! Wil je een en ander thuis nog eens nakijken dan is er een uiterst prestigieuze 67-delige serie facsimile’s, in 248 banden met in totaal 12.000 werken. Gewicht: 1800 kilo (in deze pdf staat meer over deze ‘Comprehensive Collection of Ancient Chinese Paintings’).

De zaal met deze prachtuitgaven is bepaald feeëriek ingericht:

De meervoudig spiegelende kubus voelt als een metafoor voor de oneindigheid van dit erfgoed, en misschien wel van het hele Land van het Midden. Dat president Xi Jinping bij de start van dit project, 20 jaar terug, in de provincie Zhejiang gouverneur en partijsecretaris was, zal zeker hebben bijgedragen aan de gelukkige voltooiing ervan.

Bal kaatst van west naar oost en weer terug

Vervolgens werd ik naar een bijzondere plek in de museumbibliotheek meegetroond. Wat of ik van hun nieuwe historische boekencollectie vond die recent op openbare veilingen was verworven? Die had een plaats gekregen in de nieuwe Fong Wen Library, vernoemd naar kunsthistoricus Wen C. Fong uit Princeton, grondlegger van de sinologie in de VS en na zijn pensionering in 2018 nog een tijdje bijzonder hoogleraar in Hangzhou. Ik las dat hij initiatiefnemer van het dit universiteitsmuseum is geweest, maar of dat als mecenas of als donateur van zijn eigen bibliotheek was, stond er niet bij. Lopend door de onafzienbaar grote en druk bezette studiezalen, in ongenaakbaar Tl-licht, is daar opeens een koele, donkere kluis met bijzondere collecties:

Kasten vol indrukwekkende folianten in het Latijn, Spaans, Portugees, Italiaans en Frans – zo’n 4000 stuks.
Het waren sinds de 16de eeuw vooral Franse Jezuïeten die de ontdekking van China documenteerden en daar zelf ook geen kleine rol in speelden. Sommigen slaagden er zelfs (bijna) in om met succes de helse keizerlijke ambtenarenopleiding te voltooien. Tot mijn eigen genoegen en tot verbazing van mijn begeleiders lees ik hardop en impromptu vertalend de titelpagina’s van de voor mij opengelegde werken. Maar in de collectie vond ik ook een tentoonstellingscatalogus over Chinese kunst in het Stedelijk Museum, 1925, van onze eigen Vereniging Vrienden van Aziatische Kunst.

Hoe interessant is dat: Azië werd tijdens de Europese expansie door het Westen ‘ontdekt’; de vastlegging van dat koloniale proces wordt nu op haar beurt gedocumenteerd in dat Azië zelf. De ontdekker ontdekt, de kijker bekeken – een koekje van eigen deeg.

En zo zijn er nog wel meer kaatsende ballen van west naar oost en vice versa te noemen: in 2019 schonk de Franse president Macron een eerste druk (1688) van de Latijns-Franse versie van de Analecta van Confucius aan president Xi Jinping.

Bij de professor thuis in Qingdao

Afgelopen oktober werd ik in de kustplaats Qingdao aangenaam verrast op het gebied van mijn eigen specialisatie, de museologie. Dit is een betrekkelijk nieuw vakgebied in China.
Ik was op bezoek bij professor Kai Yin, antropoloog aan de Shandong Universiteit. Hij had me bij hem thuis uitgenodigd – iets dat mij in de 13 jaar dat ik China bezoek nog nooit was overkomen – dus heel bijzonder.  Hij woonde vlak bij de campus in een gloednieuwe torenflat speciaal voor universiteitsmedewerkers. In het ruime appartement dat hij met vrouw een dochtertje deelde was een volle studeerkamer, die hij glunderend liet zien.

Ik wilde bijna weglopen toen me iets opviel. Veel boeken hadden hetzelfde formaat. Dat kon kloppen, zei hij, want het merendeel had hij als e-boek aangeschaft en zelf op A4 uitgeprint.
Het bleek dat hij met een groot project bezig was: het in kaart brengen van de recente museum-studies uit het Westen. Via academische sociale media had hij collega’s en studenten opgeroepen om zo’n 60 belangrijke teksten uit de westerse museologische literatuur te recenseren, volgens strak protocol. Met twee kloeke delen had hij zo al een mooie Chinese ontsluiting gecreëerd van de westerse canon van de museologie. Op diezelfde manier is hij nu doende ook een overzicht van de recente erfgoedstudies samen te stellen.

Voor mij een bijzondere aanpak, maar mijn gastheer Kai Yin vertelde dat het samenstellen van handboeken met gewogen samenvattingen in allerlei disciplines in China heel gangbaar is. Ik informeerde bij hem of in de toekomst AI dit soort verzamelende werk wellicht zou kunnen overnemen. “Zeker niet” was zijn antwoord. “AI heeft onmiskenbaar voordelen van standaardisering en overzichtelijkheid, maar mist diepgang en gelaagdheid. En die zijn juist in de menswetenschappen cruciaal.” De handboeken zijn dan ook niet alleen samenvattingen, maar vooral ook beschouwingen, gebaseerd op oordelen van de recensenten.

Thaise ontdekkingstochten

Dat deed me terugdenken aan een ervaring van alweer tien jaar geleden in Thailand. In Bangkok bezocht ik het Vimanmek-paleis waar een wandkaart hing met daarop de reizen van de Siamese koning Rama V. Deze ambts- en tijdgenoot van de Britse Queen Victoria moderniseerde Thailand en maakte daarvoor vele reizen, door India en toenmalig Nederlands-Indië maar ook ruimschoots door Europa. In 1897 deed hij ook Nederland aan, lunchte nog met koningin-regentes Emma en de jonge kroonprinses Wilhelmina.

Wat trof mij nou op die wandkaart in het paleis? Zijn reizen, die van Lissabon tot in de Noordkaap in Scandinavië reikten, werden in dat paleismuseum in Bangkok gepresenteerd als ontdekkingstochten. Op triomfalistische plattegronden, compleet met routes, pijlen, symbolen, jaartallen, aantekeningen en wetenswaardigheden.[1] Marco Polo en Vasco da Gama, maar dan omgekeerd. En ook met een omgekeerd oogmerk: niet onderwerping of handelsvoordelen waren het doel, maar het tegen elkaar uitspelen van westerse mogendheden teneinde de onafhankelijkheid van Siam (toen nog de naam van Thailand) te waarborgen. Wat zowaar lukte: het is een van de zeldzame Aziatische landen die het zonder koloniale bovenbazen heeft kunnen stellen.

Een voorbeeld dus van hoe niet ‘zij’ maar ‘wij’ in een vitrine terecht kunnen komen. Daar nu zag ik in Bangkok een puzzelstukje van, en in Hangzhou en Qingdao nog twee andere.

[1] Ik had dit graag geïllustreerd maar het is in Thaise koninklijke musea streng verboden te fotograferen, en het museum in kwestie is sinds mijn bezoek in 2015 ook nog eens in verbouwing, naar verluidt voor altijd.

Dr. Riemer R. Knoop is onderzoeker, adviseur en essayist met zijn eigen bureau Gordion Cultureel Advies. Tussen 2011 en 2019 was hij ook lector Cultureel Erfgoed aan de Reinwardt Academie (AHK).