Brengt China dichterbij

‘Neijuan’ of ‘Involutie’, wat is dat toch?

De onderbelichte schaduwzijde van de Chinese economische groei

door Aldo Spaanjaars

Het economische succesverhaal van China kent een keerzijde die tot voor kort onderbelicht bleef. Onder de noemer neijuan (内卷) letterlijk ‘involutie’ – voltrekt zich een paradoxale crisis: ondanks enorme innovatiekracht en kapitaal tasten prijsoorlogen en overcapaciteit de winstgevendheid aan in sleutelsectoren zoals de EV-markt.

Nu de binnenlandse markt verzadigd raakt, exporteren Chinese bedrijven deze extreme concurrentiedruk naar Europa. Voor de EU is het begrijpen van deze dynamiek een absolute noodzaak. Wie de opmars van Chinese bedrijven louter toeschrijft aan staatssubsidies en geopolitieke strategie, onderschat de operationele slagkracht van een concurrent die is gevormd in ’s werelds meest veeleisende arena.

 

China’s ‘Neijuan’ economie: wanneer concurrentie zichzelf ondermijnt

Al decennialang is het economische verhaal van China er een van meedogenloze concurrentie. Het woord ‘hyperconcurrentie’ is de term voor de druk die in veel sectoren overheerst. Maar zelfs voor Chinese maatstaven lopen de zaken uit de hand en domineert al maanden een nieuw woord in bestuurskamers, mediadebatten en zelfs officiële toespraken: neijuan.

Vaak vertaald als ‘involutie’, beschrijft neijuan een situatie waarin de concurrentie zo intens is dat de inspanningen toenemen, maar de waardecreatie stagneert. Eenvoudig gezegd: iedereen werkt harder en investeert meer, maar marges krimpen, innovatie loopt het risico om te veranderen in imitatie, en er zijn geen winnaars. Het is een neerwaartse spiraal. Dit is geen westerse kritiek, maar een voortdurende binnenlandse discussie in China – en die is voor ons belangrijk om te begrijpen.

 

Wat is neijuan in zakelijke termen?

Oorspronkelijk een sociologisch concept (denk aan de rat race bij stijgende toelatingseisen voor universiteiten waarbij iedereen harder studeert, maar niemand een relatief voordeel behaalt), is neijuan nu uitgegroeid tot een modewoord voor het bedrijfsleven. Het verwijst doorgaans naar:

  • Prijsoorlogen die de winstgevendheid ondermijnen
  • Eindeloze upgrades van producten die niets toevoegen
  • Overinvesteringen in dezelfde sectoren
  • ‘Groei tegen elke prijs’-strategieën die kapitaal vernietigen

 

Recente voorbeelden zijn gemakkelijk te vinden. De Chinese sector van elektrische voertuigen (EV) heeft de afgelopen twee jaar agressieve prijsverlagingen gezien, geleid door grote spelers zoals BYD en gevolgd door tientallen concurrenten. Volgens branchegegevens van onder andere Caixin en The Financial Times hebben prijsverlagingen de marges in de hele sector samengedrukt, ondanks stijgende verkoopvolumes.

Ook sectoren als  voedselbezorging, lokale dienstenplatforms en livestream e-commerce zijn verwikkeld in een prijzenslag, waarbij ze kapitaal verbranden om gebruikers te winnen in al verzadigde markten; een uitputtende race to the bottom.

 

Involutie wordt niet veroorzaakt door een gebrek aan innovatie; integendeel, China blijft onverminderd innovatief. Maar neijuan beschrijft precies wat er gebeurt als te veel capabele spelers in dezelfde sector met elkaar concurreren; de operationele intensiteit neemt toe en de winstgevendheid stort in, zonder dat de totale waardepool nog groeit.

 

Waarom is neijuan ontstaan?

Drie structurele factoren verklaren dit fenomeen.

Ten eerste is de economische groei gematigd ten opzichte van de dubbele cijfers van voorheen, waardoor de concurrentie om bestaande marktaandelen is toegenomen.

Ten tweede is er de afgelopen twee decennia op enorme schaal industriële capaciteit opgebouwd in sectoren als EV’s, zonnepanelen, batterijen en consumentenelektronica. Deze is lastig rendabel te houden als de vraag stagneert.  

Ten derde  hebben lokale overheden langdurig dezelfde strategische sectoren ondersteund, wat heeft geleid tot clusters van bedrijven die parallel concurreren en zo leiden tot overcapaciteit.

 Het resultaat is paradoxaal: China’s sterke punten – schaal, snelheid, talent, kapitaal – creëren tegelijkertijd de voorwaarden voor destructieve concurrentie.

 

Van snelheid naar hoogwaardige ontwikkeling

Beleidsmakers en media in China erkennen het probleem inmiddels ruimschoots. In officiële verklaringen en commentaren in staatsmedia wordt openlijk kritiek geuit op ‘wanordelijke concurrentie’ (无序竞争, Wú xù jìngzhēng) en buitensporige prijsoorlogen. Om het tij te keren legt het Chinese leiderschap steeds meer de nadruk op ‘hoogwaardige ontwikkeling’ (高质量发展, Gāo zhìliàng fāzhǎn). 

De boodschap is helder: de focus moet verschuiven van pure kwantitatieve groei naar winstgevendheid, technologische diepgang en veerkracht. Hiertoe zijn specifieke anti-involutiemaatregelen geformuleerd zoals regulering van over-agressief prijsbeleid en het stimuleren van ‘ordelijke faillissementen’. Toch lukt het de centrale autoriteiten vooralsnog niet om het fundamentele probleem op te lossen. Veel onproductieve bedrijven blijven overeind dankzij lokale banksteun of overheidssubsidies, wat de broodnodige  consolidatie van de markt blijft belemmeren.

Met zoveel opgebouwde capaciteit en een bedrijfsleven dat volledig is ingericht op snelle schaalvergroting, voorzien veel experts dat terugkerende neijuancycli voorlopig onvermijdelijk zijn. Aan de andere kant stellen analisten dat de markt uiteindelijk zelf zal ingrijpen: zwakke bedrijven vallen om, sterke spelers domineren de markt en de industrie stabiliseert. 

Hoe snel die consolidatie vorm krijgt en involutie afneemt, zal de tijd moeten leren. Maar één ding staat vast: de schaduwzijde van deze dynamiek blijft niet tot de Chinese landsgrenzen beperkt en heeft implicaties voor de internationale markt.

 

De export van efficiëntie, bittere noodzaak

Er is namelijk ook nog een andere kant aan het verhaal. Dezelfde meedogenloze druk die binnenlandse marges uitholt, dwingt Chinese bedrijven tegelijkertijd om toeleveringsketens te optimaliseren, kosten te verlagen en de operationele uitvoering te versnellen. Dit verklaart waarom deze bedrijven razendsnel kunnen schakelen en wereldwijd scherpe prijzen kunnen bieden. Neijuan richt binnenlands economische schade aan, maar brengt tegelijkertijd bedrijven voort die in staat zijn de wereldwijde concurrentie te overleven.

Daarom is internationale expansie allang geen opportunistische keuze meer, maar een structurele noodzaak om aan de binnenlandse druk te ontsnappen. China’s industriële apparaat is gebouwd op reusachtige volumes en gigantische investeringen. Maar door een verzadigde binnenlandse markt, demografische krimp en terughoudende huishouduitgaven kan de lokale markt deze productieberg allang niet meer absorberen. Toegang tot buitenlandse markten is hierdoor veranderd van een marginale groeimotor in een absolute voorwaarde voor het overleven van het productiesysteem. Zonder internationale afzetkanalen zou de druk op marges, werkgelegenheid en de financiële stabiliteit in China wel eens heel snel onhoudbaar kunnen worden.

 

Waarom is dit belangrijk voor Europese bedrijven?

Wat begon als hyperconcurrentie binnen China, verplaatst zich nu naar onze markten. Dit betekent dat Europese markten toenemende concurrentie zullen ondervinden van Chinese bedrijven, die dankzij jaren van binnenlandse druk in optima forma opereren. Wanneer een Chinees bedrijf agressief een Europese productcategorie binnenkomt, is dat geen irrationeel gedrag of door de staat gedreven expansie. Het is het directe resultaat van een bedrijf dat is gevormd in ’s werelds meest veeleisende en meedogenloze arena. Voor Europese bedrijven is het moeilijk daar tegenop te boksen.

Te vaak reduceren discussies in Europa de concurrentiekracht van China tot staatssubsidies, industrieel beleid of geopolitieke ambities. Die factoren zijn belangrijk, maar ze vertellen niet het hele verhaal. Het verklaart niet waarom deze concurrenten beschikken over uitzonderlijke capaciteiten op het gebied van snelheid, uitvoering, optimalisatie van toeleveringsketens en snelle iteratie.

Als Europese bedrijven en beleidsmakers China blijven bekijken door de lens van ‘door de staat gesubsidieerde bedreiging’, lopen ze het risico de krachten die het gedrag van Chinese bedrijven echt aansturen verkeerd te interpreteren. Het beter begrijpen van Chinese bedrijven – hoe ze concurreren, zich aanpassen en beslissingen nemen – wordt steeds noodzakelijker.

Neijuan onthult een ongemakkelijke, maar waardevolle realiteit voor Europa:

 

  • Een bikkelharde leerschool: Europese markten krijgen te maken met concurrenten die zijn gehard door extreme binnenlandse druk en operationele discipline.
  • Structurele export: Het betreden van de Europese markt is voor Chinese spelers geen optelsom van opportunisme, maar een bittere noodzaak om te overleven.
  • Een strategische wake-upcall: Het vraagt om een reactie die verder gaat dan afwachten of protectionisme; het dwingt Europa om te kijken naar de eigen slagkracht.

 

Voor Europa is dit niet alleen een uitdaging, maar vooral een spiegel. Het is een uitnodiging om strategischer en pragmatischer met Chinese bedrijven in gesprek te gaan. Beter inzicht in deze dynamiek kan leiden tot slimmere concurrentiestrategieën, gerichtere partnerschappen en effectiever industrieel beleid.

Europese bedrijven zullen actiever moeten gaan doorgronden hoe Chinese bedrijven opereren om de concurrentie te kunnen pareren. Het is voor Chinese bedrijven niet eenvoudig om in het buitenland te opereren, dus het is zeker geen gelopen race. Maar het vergt wel een aanpassingsvermogen dat sneller moet gaan dan de gemiddelde Europese boardroom of overheid momenteel tentoonspreidt. Neijuan wacht voor niemand.

Aldo Spaanjaars is ondernemer en bestuurslid van VNC. Hij heeft meer dan 25 jaar in China gewoond en gewerkt voor zowel internationale als Chinese bedrijven. Hij is mede-auteur van het boek ‘Dragon Tactics, how Chinese entrepreneurs thrive in uncertainty’. Later dit jaar komt zijn volgende boek ‘Dancing with Dragons, Chinese companies: turning challenge into opportunity for Europe’ uit.