Brengt China dichterbij

Wat doet Aristoteles in China?

door Jan van der Putten

De westerse klassieken zijn in China bekender dan de Chinese klassieken bij ons. Sinds de negentiende eeuw spelen Aristoteles en de zijnen in het Hemelse Rijk een politieke rol. Chinese chauvinisten hebben hen voor hun karretje gespannen, of simpelweg gecanceld.

 

Machiavelli van Maryland 

Edward Luttwak weet alles van oorlogen, staatsgrepen, strategie, internationale politiek, geschiedenis, de opkomst van China en nog veel meer. De nu 84-jarige strategische adviseur van Amerikaanse presidenten, ministers en multinationals schreef er even omstreden als baanbrekende boeken over. De naspeuringen van deze Machiavelli van Maryland gaan ver terug, tot het Romeinse en het Byzantijnse Rijk toe, en zelfs tot de Ilias van Homerus. Vijftien jaar geleden ontdekte hij hoe populair sommige westerse klassieken in China zijn. Alleen al van de Ilias waren er vier verschillende vertalingen. 

 

Terugspoelen in de tijd; Zijde

De relatie tussen China en Europa gaat zo’n tweeduizend jaar terug. Rome was toen net een keizerrijk geworden en in China heerste de Han-dynastie. In het oude Rome droegen schatrijke dames en later ook de hoogstgeplaatste mannen kostbare gewaden van zijde die via de Zijderoute uit China was geïmporteerd. De geschiedschrijvers Seneca de Jongere, Plinius de Oudere en Tacitus maakten de moraliserende aantekening dat die decadente kleding meer een onthullende dan een bedekkende functie had. Mannen die zijde droegen vonden ze verwijfd. Eeuwen later kreeg China bezoek van twee Venetiaanse kooplieden, de gebroeders Polo, en waarschijnlijk ook van de zoon van een van die twee. Diens sensationele reisverhaal over het exotische China maakte in Europa diepe indruk.

Uomo universale Matteo Ricci

Daarna duurde het nog zo’n driehonderd jaar voordat het Westen bekend raakte met de Chinese cultuur, en China met de westerse. Dat was vooral het werk van geleerde jezuïeten. Met hun eruditie hoopten ze zo veel indruk te maken dat de Chinezen ook het geloof van die briljante paters zouden omhelzen. De grondlegger van de Chinese missie was de Italiaanse jezuïet Matteo Ricci, een uomo universale die begin zeventiende eeuw vanwege zijn ontzagwekkende kennis adviseur van de Chinese keizer werd.

Ricci meende dat confucianisme en christendom goed met elkaar te verenigen waren. Hij vertaalde de klassieke confuciaanse geschriften in het Latijn. Kong Fuzi (孔夫子), Meester Kong, kreeg van hem een verlatijnste naam: Confucius. Hij vertaalde ook westerse wetenschappelijke werken in het Chinees, waaronder Elementen van de Griekse wiskundige Euclides. Hij was de eerste buitenlander die in China werd begraven. Nog altijd staat hij in hoog aanzien. Zijn graftombe bevindt zich in de tuin van de Partijschool in Beijing, waar de leerlingen worden klaargestoomd om partijbaas te worden.

Chinese samenleving als voorbeeld voor velen

Ricci en de na hem gekomen jezuïeten hebben in de zeventiende en achttiende eeuw het westerse beeld gevormd over China: een maatschappij waarin deugd en respect regeerden en de keizer het voorbeeld van deugdzaamheid was. Ze idealiseerden de Chinese samenleving in hoge mate, maar dat kon niemand toen nog controleren. Hun beschrijvingen sloegen sterk aan bij denkers van de Verlichting, en de Founding Fathers van de Verenigde Staten hebben er nog over gedacht om hun grondwet op confucianistische leest te schoeien. Ideetje voor Trump?

 

Westerse ideeën als voorbeeld voor China

Tegen het eind van de negentiende eeuw kregen veel Chinese intellectuelen grote belangstelling voor de westerse klassieke auteurs, vooral de Griekse. Die interesse was allesbehalve toevallig. China was er in die tijd heel beroerd aan toe. Het werd verscheurd door bloedige burgertwisten, verloor oorlog na oorlog, moest de ene vernedering na de andere ondergaan en begon steeds meer op een westerse kolonie te lijken. Het voortbestaan van China zelf leek twijfelachtig te zijn geworden.

Wat te doen om het land van de ondergang te redden? De intelligentsia was verdeeld. Sommigen wilden al wat oud was overboord zetten en het land inrichten als een westerse staat, anderen wilden China moderniseren en daarvoor in de leer gaan bij het Westen. Niet om het land te verwesteren, maar om ideeën op te doen voor een nationale vernieuwing. Het nieuwe China moest Chinees blijven, maar het moest wel worden bevrijd van versteend confucianisme, met zijn nadruk op hiërarchie en gehoorzaamheid. Overboord, die oude ballast. Ideetje voor Xi Jinping?

 

Aristoteles als inspiratiebron

Logisch dat de hervormers van toen ook te rade gingen bij klassieke literaire, filosofische en historische grootmeesters als Homerus, Plato, Thucydides en Aristoteles. Hun namen klinken in het Chinees een beetje anders dan wij gewend zijn. Zo luidt de transcriptie van de Chinese naam van Aristoteles ‘Yà lǐ shì duō dé’. Vooral diens verhandeling Politica over regeringssystemen werd verslonden. En zo werd de oude wijsgeer indirect medeverantwoordelijk voor de val van het Chinese keizerrijk in 1912 en voor de oprichting in 1919 van de 4 Mei Beweging door revolutionaire studenten – die op hun beurt de twee jaar daarna gestichte communistische partij inspireerden.

Tijdens de burgeroorlog tussen nationalisten en communisten was er voor Homerus en de zijnen geen plaats, en daarna tijdens de chaotische dictatuur van Mao Zedong nog minder. Maar toen China zich na Mao openstelde, kwamen ook de grootste westerse klassieken weer terug, ditmaal in gezelschap van maatschappijkritische figuren als Rousseau en Voltaire. De Chinese Academie van Wetenschappen voerde de nieuwe partijlijn uit. En zo werd in het Instituut voor Buitenlandse Literatuur de studierichting Grieks en Latijn ingevoerd.

 

Blik naar binnen

Maar opnieuw werkte de bestudering van Aristoteles c.s. averechts voor de autoriteiten. De kennis van hun werken droeg bij aan kritiek op het systeem, zijn corruptie en zijn gebrek aan vrijheid. Uiteindelijk sloeg het systeem keihard terug in het bloedbad van Tiananmen. Om nieuwe rebellieën te voorkomen voerde de Partij daarna op alle scholen en universiteiten een nieuw studievak in: patriottisme. Vooral China’s roemrijke geschiedenis moet dienen om de jongeren onvoorwaardelijke liefde bij te brengen voor vaderland en Partij. Als de geschiedenis daarvoor onbruikbaar is, dan wordt ze gewoon herschreven.

Ook westerse klassieke teksten zijn ingezet om het patriottisme te bevorderen. Elke universiteit heeft een cursus over Chinese beschaving, waarin een bloemlezing van politieke en sociale Oudgriekse en Latijnse teksten wordt behandeld. Sommige worden geprezen omdat ze dezelfde nobele waarden zouden verdedigen als die van de Partij – waarden die het moderne Westen zou hebben verraden. Andere teksten worden veroordeeld omdat ze waarden verkondigen die totaal niet deugen en die het moderne Westen geërfd zou hebben. Weinigen gaan echter zo ver als Jin Canrong. Deze hoogleraar internationale betrekkingen heeft een probate methode gevonden om van de hinderlijke Aristoteles af te komen: hij beweert dat de grootste filosoof van het oude Griekenland nooit heeft bestaan.

Jan van der Putten is schrijver en journalist. Hij was onder meer correspondent in China. Zijn laatste boek is Tijd van illusies: Mijn kleine geschiedenis van de wereld, verschenen bij Querido Facto