Brengt China dichterbij

China Café: verantwoord ondernemen in China en Europa, dichter bij elkaar dan we denken?

Wat betekent ‘verantwoord ondernemen’ eigenlijk wanneer een Europees en een Chinees bedrijf met elkaar zaken doen? De regelgeving aan beide kanten blijkt verrassend veel overeenkomsten te vertonen. Maar achter vergelijkbare regels gaan soms heel verschillende interpretaties schuil. Tijdens het laatste China Café gingen Vera Moll en Congrui Qiao hierover met elkaar en met het publiek in gesprek.

 

Op 21 september 2026 organiseerde VNC in Utrecht, op nieuwe locatie “De Apotheek” een China Café over verantwoord ondernemen in China en Europa. Te gast waren Vera Moll, partner bij KPMG NL’s Sustainability Reporting & Assurance Group, en Congrui Qiao, juridisch onderzoeker en beleidsadviseur gespecialiseerd in duurzaam recht en ontwikkeling. Het gesprek werd geleid door VNC bestuurslid Lianne Baaij.

De avond begon met een ogenschijnlijk eenvoudige vraag: als we in Europa en China spreken over responsible business, hebben we het dan eigenlijk over hetzelfde?

Het verrassende antwoord van Qiao was: voor een groot deel wel. Volgens haar onderzoek is er sinds 2019 sprake van aanzienlijke convergentie tussen Europese en Chinese regelgeving. Als het gaat om de sociale impact van bedrijven – bijvoorbeeld op werknemers en gemeenschappen in de toeleveringsketen – is meer dan 80 procent van de onderzochte vereisten volgens haar gelijk of vergelijkbaar.

Het wezenlijke verschil zit daarom niet altijd in de regels zelf, maar in de achterliggende gedachte, de cultureel bepaalde interpretatie van de regels.

 

Van risico beperken naar maatschappelijke bijdrage

In Europa wordt verantwoord ondernemen sterk benaderd vanuit de mogelijke negatieve gevolgen van bedrijfsactiviteiten. Ondernemingen moeten voorkomen dat zij schade veroorzaken aan mensen, arbeidsrechten of milieu. Europese regelgeving rond due diligence past duidelijk binnen die gedachte.

In China ligt volgens Qiao traditioneel meer nadruk op de positieve maatschappelijke rol die ondernemingen kunnen vervullen. Bedrijven zijn niet alleen economische actoren, maar kunnen ook bijdragen aan maatschappelijke ontwikkeling, infrastructuur, armoedebestrijding en het welzijn van werknemers. 

Dat verschil heeft diepe historische wortels. Qiao wees op het Chinese danwei-systeem uit de tijd van de planeconomie. De werkgever bood werknemers destijds niet alleen werk, maar vaak ook huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs voor kinderen en andere voorzieningen. Hoewel China inmiddels een markteconomie is, werkt een deel van die maatschappelijke verwachting nog altijd door.

Dat kan tot situaties leiden die vanuit Nederlands perspectief opmerkelijk lijken. Sommige Chinese werkgevers organiseren bijvoorbeeld activiteiten om alleenstaande werknemers met elkaar in contact te brengen in hun zoektocht naar een partner. In China kan dat worden gepresenteerd als onderdeel van goed werkgeverschap. Nederlandse reacties die Moll tijdens een eerdere bijeenkomst hoorde, waren heel anders: waarom zou mijn werkgever überhaupt willen weten of ik single ben?

Het voorbeeld maakte duidelijk hoe snel we een praktijk vanuit onze eigen culturele normen beoordelen. 

 

Wanneer goed werkgeverschap een Europese red flag wordt

Een ander voorbeeld zijn collectieve slaap- en woonvoorzieningen voor werknemers. Voor veel Chinese werknemers kan door de werkgever aangeboden huisvesting een aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde zijn. Tegelijkertijd kunnen elementen die daarbij in China gebruikelijk zijn – zoals cameratoezicht of georganiseerd vervoer tussen woonruimte en werkplek – bij een Europese afnemer vragen oproepen over privacy, bewegingsvrijheid en arbeidsomstandigheden.

Een praktijk kan dus in de ene context worden gezien als werknemerswelzijn en in een andere context juist als een potentieel risico. Het is daarom onvoldoende om simpelweg het etiket ‘verantwoord’ of ‘onverantwoord’ op een praktijk te plakken zonder de achterliggende context te begrijpen. 

Dat betekent overigens niet dat lokale gebruiken boven de wet staan. Qiao benadrukte dat uiteindelijk het territorialiteitsbeginsel geldt: een bedrijf dat in de Europese Unie opereert, moet voldoen aan Europese regelgeving. De uitdaging is vooral om te begrijpen hoe bedrijven die normen daadwerkelijk kunnen integreren in hun organisatie.

 

Het gevaar van de ‘student mindset’

Een bijzonder herkenbaar beeld uit het gesprek was wat Qiao de ‘student mindset’ van sommige Chinese bedrijven noemde.

Wanneer een Europese klant een uitgebreide ESG-vragenlijst stuurt, kan de eerste reactie zijn: wat moeten we doen om een zo hoog mogelijke score te halen? Teams worden gemobiliseerd, gegevens verzameld en rapporten geproduceerd. Het gevaar is dat verantwoord ondernemen daarmee een examen wordt waarvoor het bedrijf moet slagen, in plaats van een proces dat daadwerkelijk veranderingen binnen de onderneming teweegbrengt.

Qiao adviseerde bedrijven daarom niet automatisch te proberen op ieder Europees criterium het ‘juiste antwoord’ te geven. Wanneer een bepaalde vraag vanwege Chinese wetgeving of omstandigheden niet rechtstreeks kan worden beantwoord, kan het effectiever zijn om uit te leggen hoe het bedrijf het onderliggende probleem in de praktijk benadert.

Moll voegde daar een belangrijk onderscheid aan toe. Sommige Europese regels zijn harde markttoegangseisen. Wanneer een product daar niet aan voldoet, kan het simpelweg de Europese markt niet op. Bij andere regels, bijvoorbeeld rond rapportage en transparantie, bestaat meer ruimte om te laten zien waar een onderneming staat, welke informatie nog ontbreekt en welke stappen worden genomen om verbetering te realiseren. 

 

Compliance op papier is niet genoeg

Een terugkerend thema gedurende de avond was daarom het verschil tussen compliance op papier en daadwerkelijke verandering binnen een organisatie.

Een bedrijf kan veel geld besteden aan een uitstekend duurzaamheidsrapport en daarmee voldoen aan de eisen van een Europese klant. Maar als de toezeggingen in dat rapport niet zijn vertaald naar HR, operations, sales en management, ontstaat een nieuw risico: werknemers, klanten en andere stakeholders kunnen het bedrijf vervolgens aan zijn eigen beloften houden.

Qiao gaf verschillende voorbeelden van Chinese bedrijven die hiermee geconfronteerd werden. Haar bredere punt was dat verantwoord ondernemen niet bij de afdeling communicatie of sustainability kan eindigen. Beloftes naar buiten moeten uiteindelijk worden gedragen door de organisatie als geheel. 

Moll benadrukte dat dit zeker niet uitsluitend een Chinees probleem is. Ook Europese bedrijven kunnen duurzaamheid reduceren tot een rapportageverplichting die door één medewerker of afdeling moet worden afgehandeld.

 

Van verplichting naar concurrentievoordeel

Daarmee kwam het gesprek bij een andere vraag: kunnen al die regels ook kansen opleveren?

Volgens Moll wel. Europese duurzaamheidsregels verplichten ondernemingen steeds vaker om zeer gedetailleerde informatie over producten, materialen, emissies en toeleveringsketens te verzamelen. Wanneer een bedrijf die informatie niet alleen gebruikt om formulieren in te vullen, maar ook om de eigen strategie te sturen, kan daar een concurrentievoordeel uit ontstaan.

Een onderneming die bijvoorbeeld vroeg ziet dat een bepaald materiaal binnen enkele jaren in verschillende markten waarschijnlijk wordt beperkt, kan eerder dan concurrenten op zoek gaan naar een alternatief. Dezelfde informatie kan bovendien worden gekoppeld aan subsidies en fiscale stimuleringsmaatregelen. Verantwoord ondernemen wordt daarmee niet alleen een compliance-vraagstuk, maar potentieel ook een strategisch instrument.

 

Eerst begrijpen, dan begrepen worden

Misschien wel de meest relevante boodschap van de avond ging uiteindelijk niet over regelgeving.

Moll vertelde dat zij, ondanks haar jarenlange ervaring met Europese duurzaamheidsregelgeving, in haar werk met Chinese bedrijven regelmatig situaties tegenkomt die zij aanvankelijk niet begrijpt. Haar reactie is dan bewust niet onmiddellijk te concluderen dat iets verkeerd is, maar Chinese collega’s te vragen wat er precies achter een bepaalde handelswijze zit. Haar uitgangspunt: probeer de andere kant eerst werkelijk te begrijpen voordat je zelf begrepen wilt worden.

Dat werkt uiteraard in beide richtingen. Chinese bedrijven die Europa betreden moeten niet simpelweg vasthouden aan het argument dat iets ‘de Chinese manier’ is. Een onderneming die internationaal opereert, moet volgens Qiao leren denken als een internationale onderneming en bereid zijn zich aan lokale omstandigheden aan te passen.

 

Bewegen China en Europa naar elkaar toe?

Aan het einde van het gesprek keken beide sprekers vooruit. Zowel Qiao als Moll verwacht dat beide benaderingen van verantwoord ondernemen uiteindelijk verder naar elkaar toe zullen bewegen.

Daar zijn verschillende redenen voor. Regelgeving en rapportagestandaarden ontwikkelen zich internationaal steeds meer in dezelfde richting. Mondiale uitdagingen zoals klimaatverandering vereisen samenwerking. Tegelijkertijd ziet Qiao onder jongere generaties Chinezen veranderende verwachtingen rond gelijkwaardigheid, arbeidsverhoudingen en inspraak. 

Maar geopolitiek kan die ontwikkeling ook bemoeilijken. Tijdens de vragen uit het publiek kwam naar voren dat duurzaamheid, markttoegang, subsidies en geopolitieke belangen steeds moeilijker van elkaar zijn te scheiden. Zowel Chinese bedrijven in Europa als Europese bedrijven in China ervaren dat het speelveld niet altijd volledig gelijk is. Juist daarom blijft vertrouwen tussen bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties belangrijk. 

De conclusie van deze China Café-avond was daarmee genuanceerder dan simpelweg een antwoord op de vraag welke kant de ‘betere’ regels heeft. Europa en China verschillen in geschiedenis, cultuur en verwachtingen over de maatschappelijke rol van ondernemingen. Maar tegelijkertijd blijken de feitelijke normen op veel terreinen dichter bij elkaar te liggen dan vaak wordt aangenomen.

Voor bedrijven die tussen beide werelden opereren, ligt de uitdaging daarom niet alleen in compliance, maar vooral in begrijpen, uitleggen en vertalen.

En misschien is juist daar de grootste kans te vinden.



Dit China Café werd mede mogelijk gemaakt door St Anny Foods.

Voor lezers die zich verder in deze onderwerpen willen verdiepen: Cong-rui Qiao neemt op 23 oktober in Den Haag ook deel aan de conferentie Sustainable Law and Corporate Compliance: Bridging Southern and Northern Perspectives, waar experts uit Europa, Azië en het mondiale Zuiden verschillende benaderingen van duurzaamheidswetgeving en corporate compliance bespreken.

 

Verder is er in november een IMVO missie georganiseerd door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland): https://www.rvo.nl/evenementen/imvo-missie-china

Een video-impressie vindt u op: