door Jaap Post
Wanneer u al langere tijd lid bent van VNC dan heeft u ongetwijfeld nog een stapeltje tijdschriften liggen, de China NU. Een prachtig blad, waar een schat aan informatie in te vinden is. Voor ChinaNU+, leest Jaap Post in de aanloop naar het 50 jarig jubileum ze allemaal nog eens door en maakt er een zeer lezenswaardige samenvatting van. In dit nummer sluiten wij de reeks af met de jaargangen 46 tot en met 48, de periode 2021-2023.
De toekomst voor christenen in China
Het aantal christenen in China is groot maar zij hebben het vaak niet gemakkelijk. China Nu meldt dat hun aantal wordt geschat op ongeveer 100 miljoen. De overgrote meerderheid is protestants; het aantal katholieken ligt tussen de 10 tot 12 miljoen. De officiële cijfers van 2018 zijn veel lager met 38 miljoen protestanten en 8 miljoen katholieken. Dat verschil ligt voor de hand: Alleen de leden van door de overheid erkende kerken tellen mee, terwijl de miljoenen gelovigen van de zogenaamde huiskerken buiten de statistieken blijven. Omdat de geloofsgemeenschap stormachtig groeit, is de verwachting dat China in 2030 maar liefst 247 miljoen christenen telt. Daarmee zou het land wereldwijd de kroon spannen.
Of dat zover komt is maar de vraag. De ondergrondse huiskerken liggen namelijk voortdurend onder vuur. Als voorbeeld dienen dominee Wang Yi en zijn gemeente in Chengdu. Behalve voorganger geniet Wang Yi grote bekendheid als mensenrechtenadvocaat. Het weekblad Nanfang Zhoumo plaatste hem al in 2004 op de lijst van de vijftig invloedrijkste intellectuelen. Hij is een man die van aanpakken weet. Bij de verwoestende aardbeving in Sichuan was hij een van de coördinatoren van de particuliere hulpverlening. In 2017 woont de auteur in Chengdu een indrukwekkende kerkdienst bij. Bijna duizend Chinezen hebben zich verzameld in een huiskerk, de voorganger is dominee Wang Yi. Er is politie aanwezig, maar die beperkt zich tot het regelen van het verkeer. Maar nieuwe wet- en regelgeving beperkt de vrijheid van huiskerken drastisch. Daarop schrijft Wang Yi een niet mis te verstaan bezwaarschrift. Het jaar daarop valt de politie de kerk binnen en belandt Wang Yi in de cel. De kerkzaal is inmiddels in gebruik bij een bouwbedrijf.
Is het vak Chinees een blijvertje?
Een nieuw schoolvak wil niet altijd betekenen dat het een blijvertje is. Italiaans en Russisch – ooit populaire nieuwe talen – worden nu nog slechts op enkele scholen aangeboden. Zal het met Chinees ook die kant uit gaan? Hoewel China vaak negatief in de publiciteit komt, blijkt het aantal leerlingen dat Chinees kiest stabiel te blijven op circa 3000, zo meldt China NU. Hiermee levert het vak een belangrijke bijdrage aan de vergroting van de kennis over China, die in Nederland nog altijd beperkt is.
In het schooljaar 2017-2018 kan voor het eerst eindexamen Chinees worden afgenomen in het vwo. Bij het havo-onderwijs wordt nog met smart gewacht op wettelijke toestemming om Chinees op te nemen als eindexamenvak. (red: In het schooljaar 2021-2022 is het ook voor de havo zo ver.)
Eigenlijk heet het vak geen ‘Chinese taal’ maar ‘Chinese taal en cultuur’. Dit is een belangrijk verschil met de andere moderne talen, dan gaat het om taal en literatuur, zoals bij ‘Franse taal en literatuur’. Het doel van het cultuuronderwijs is dat leerlingen een nieuwsgierige, open houding ontwikkelen. Het gaat erom naar een andere cultuur te leren kijken zonder deze te veroordelen, om zo meer begrip en waardering te krijgen. Een waardevolle vaardigheid die overigens net zo belangrijk is voor mensen die geen Chinees studeren of hebben gestudeerd.
De Mosuo-cultuur en het feminisme in China
China bezit een rijke cultuur met grote regionale verschillen. De eeuwenoude Mosuo-cultuur is daarbij zeer bijzonder: de Mosuo kennen namelijk het matriarchaat, een maatschappijvorm die wereldwijd nog slechts op enkele plaatsen voorkomt. De Mosuo wonen in een prachtig maar geografisch geïsoleerd gebied op de grens tussen Yunnan en Sichuan. In deze gemeenschap hebben de vrouwen de teugels strak in handen. Zowel binnen het huishouden als in het economisch verkeer bepalen zij wat er moet gebeuren. Zo hebben vrouwen de volledige zeggenschap over hun eigen land en eigendommen. De mannen spelen een meer ondersteunende rol. Een uniek aspect van hun samenleving is het ‘wandelende huwelijk’. Hierbij kiest een vrouw haar eigen partner, maar in tegenstelling tot het patriarchale model, trekt de man niet bij haar in. In plaats daarvan bezoekt hij haar ‘s nachts en keert hij overdag terug naar het huis van zijn moeder. Vrouwen kunnen bovendien met meerdere mannen trouwen of een relatie hebben. Wanneer er kinderen worden geboren, krijgen zij de familienaam van de vrouw. De opvoeding wordt verzorgd door de moeder en haar familie, ongeacht wie de biologische vader is. In de taal van de Mosuo bestaat zelfs geen woord voor ‘vader’; kinderen spreken de mannen in hun omgeving aan als ‘oom’.
Over deze intrigerende cultuur is in 1997 een boeiend boek ‘Het land van de dochters’ verschenen. De Mosuo-cultuur blijkt een bron van inspiratie te zijn voor feministen en anderen die streven naar gendergelijkheid en alternatieve relatievormen.
Overigens is er na het verschijnen van het boek veel veranderd. Door invloeden van buitenaf – zoals betere verbindingen, toenemend toerisme en overheidsbeleid – staat de traditionele levenswijze onder druk. Hoewel de cultuur van de Mosuo hiermee hetzelfde lot lijkt te ondergaan als veel andere oude tradities, blijft zij een krachtige inspiratiebron voor Chinese vrouwen die strijden voor gelijkheid en onafhankelijkheid.
Betonrot en moraliteit
De bereidheid tot liefdadigheid is in China gering. Uit internationaal onderzoek blijkt dat het land behoort tot de groep landen die weinig geneigd zijn om aan goede doelen te schenken of te helpen. Volgens China Nu ligt de onderliggende oorzaak in een diepgaand gebrek aan onderling vertrouwen binnen de samenleving. Een lange reeks incidenten heeft hieraan bijgedragen. Denk aan het dodelijke geknoei met babymelkpoeder, of het hergebruik van gootolie – afgewerkte bakolie van restaurants die letterlijk uit de goot geschept en doorverkocht aan straatverkopers en eettentjes. Ook zijn er criminele bendes actief die nepvaccins produceren en verhandelen. Tel daar wijdverbreide corruptie en omkoping bij op, en het is begrijpelijk dat velen zich afvragen of China zich in een morele crisis bevindt.
Volgens de filosoof Jiwei Ci hangt dit samen met de kans dat normen en waarden binnen een samenleving worden nageleefd. Die kans is het grootst als aan vier randvoorwaarden wordt voldaan.
Ten eerste moet de opgelegde norm als redelijk rechtvaardig worden ervaren. Als dat niet zo is, dreigt burgerlijke ongehoorzaamheid.
Ten tweede is er wederkerigheid nodig: wat de één voor de ander doet, doet de ander voor de één. Hier ligt voor China het grootste pijnpunt: er is een diepgaand wantrouwen dat anderen zich aan de regels houden, en men mist het vertrouwen dat de overheid die normen handhaaft.
De derde voorwaarde is de bereidheid om je te onderwerpen aan de autoriteit die de morele normen vaststelt en handhaaft.
Tot slot moeten er rolmodellen zijn die het goede voorbeeld geven.
In China worden autoriteit en voorbeeldfunctie in principe ingevuld door de overheid en de Partij. Maar de autoriteit die de normen oplegt, geeft zelf het slechte voorbeeld. Volgens Jiwei Ci zit China in een transitie van utopisme (het communistische ideaal) via nihilisme naar hedonisme. Voor zover er nog nostalgie is naar de oude waarden, komt die meestal voort uit een gevoel door de overheid in de steek te zijn gelaten. In hoeverre zouden we in Nederland aan die randvoorwaarden voldoen?
Het Chinese rechtssysteem en Carl Schmitt
Het Chinese rechtssysteem is het oudste ter wereld, nog ouder dan het Romeinse en het Joodse recht. Net als het Romeinse systeem is het van oorsprong seculier. Het Chinese recht rust op twee filosofische stromingen met tegenovergestelde mensbeelden: het confucianisme en het legalisme. Het confucianisme gaat ervan uit dat de mens in wezen goed is; wetten zijn slechts bij uitzondering nodig wanneer individuen hun eigenbelang boven dat van de gemeenschap stellen. Het legalisme stelt daarentegen dat de mens van nature slecht is. Formele wetten en harde straffen zijn nodig om mensen moraal bij te brengen en de maatschappelijke orde te handhaven. In de praktijk leidt dit tot de effectieve stok-en-wortel-methode.
Vanaf de negentiende eeuw bestudeerde en incorporeerde China ook westerse wetgeving, in 1948 werd het Chinese rechtssysteem terzijde geschoven. De nieuwe machthebbers probeerden een socialistisch rechtssysteem op te tuigen, dat echter volledig instortte tijdens de Culturele Revolutie. De wederopbouw van het rechtssysteem begon pas weer in 1979. Het werk van de omstreden Duitse jurist Carl Schmitt speelde hierbij opvallend genoeg een grote rol, zoals China NU beschrijft in een interessant artikel. Volgens Schmitt is het mogelijk dat een regering beslissingen neemt die de geldende wetten overtreden.
Schmitts eigen geschiedenis was duister: hij was lid van de NSDAP en steunde de machtigingswet waarmee Hitler buiten het parlement om kon regeren, zelfs als dat de grondwet schond. De Rassenwetten uit 1936 noemde hij een ‘Grondwet naar de vrijheid’ en hij schreef mee aan theorieën over de expansie van het Duitse grondgebied in relatie met cultuur, volk, bloed en bodem. Zijn ideeën vinden nog steeds overigens wereldwijd weerklank; bijvoorbeeld Steve Bannon, de voormalig adviseur van president Trump, vindt hier zijn inspiratie.
In China werd het werk van Schmitt rond het begin van deze eeuw vertaald, waarna zijn gedachtegoed in recordtempo gemeengoed werd onder juristen en academici. De praktische invloed hiervan bleek ook bij de invoering van de Nationale Veiligheidswet in Hong Kong, waarmee de beloofde vijftigjarige juridische autonomie vroegtijdig ten einde kwam. Ter verdediging van deze harde ingreep werd Schmitt openlijk geciteerd: “De soeverein bepaalt wanneer de wet moet wijken voor de staatsveiligheid”.
Jaap Post is VNC-lid sinds 2000, voorzitter van 2001 tot 2008, momenteel adviseur van het bestuur en lid van het Comité van Aanbeveling