Brengt China dichterbij

China’s exportmachine op volle toeren: “We mogen blij zijn als het bij een handelsoorlog blijft.”

door: Lotte Bakker

Tijdens het laatste China Café op 8 juni 2026 in de Stadsbrasserie de Utrechter, was econoom en China-kenner Heleen Mees te gast. Zij wist een helder en soms alarmerend beeld te schetsen van hoe China na het uiteenspatten van de vastgoedbubbel in 2021 bewust koos voor een opschaling van zijn industriële expertmodel. Hoewel verwacht werd dat China zich zou gaan focussen op binnenlandse consumptie, produceert het land inmiddels zo’n 35% van alle wereldwijde maakindustrie. Tijdens een uur durende Q&A onder leiding van VNC-bestuurslid Lianne Baaij, besprak Mees wat een verdere opschaling hiervan betekent voor Europa en Nederland.

 

Van vastgoedbubbel naar exportmachine

Van goedkope exportwaar naar vastgoed- en investeringsgedreven groei, en vervolgens terug naar industrie en export, maar dan wel van een heel ander kaliber. Zo schetste Mees de verschillende fasen die de Chinese economie de afgelopen drie decennia heeft doorgemaakt. Vroeger waren het onderbroeken, kerstartikelen en andere goedkope bulkartikelen, inmiddels zijn het elektrische auto’s, zonnepanelen en geavanceerde halfgeleiders waarin China de toon zet. Deze technologische opwaardering was met het in 2015 gelanceerde “Made in China 2025”-plan, een bewuste aanzet. Die omschakeling kreeg een extra boost met het begin van de vastgoedcrisis rond 2020. Op zijn hoogtepunt was vastgoed goed voor 28% van het Chinese bbp. Na de val van Evergrande, waarvan de aandelen in 2025 waardeloos bleken en van de Hongkongse beurs werden geschrapt, en de daaropvolgende crisis, wordt verwacht dat dit aandeel verder terugvalt naar zo’n 12% De economische activiteit die daardoor verdwijnt, zal door andere sectoren moeten worden opgevangen.

Waarom geen consumptiesamenleving?

Het stimuleren van binnenlandse consumptie zou het antwoord moeten zijn op de vastgoedcrisis, volgens velen. En toch is dit niet gebeurd. Mees noemde hiervoor vier redenen. Ten eerste is er de nationale trots: hoogtechnologische productie geeft toch een bepaalde status en bewijst dat China de VS kan overtreffen. Ten tweede speelt demografie mee. China dreigt oud te worden voordat het echt rijk is, en consumptie drijft geen echte welvaartsgroei. Ten derde wil China geopolitiek onafhankelijker worden van het Westen, na de chipbeperkingen onder Trump en Biden. En als laatste speelt Xi Jinpings ideologie een belangrijke rol. Zijn eigen ervaringen tijdens de Culturele Revolutie hebben zijn denken gevormd. Hij ziet consumptiesamenlevingen als zwak en mensen zouden er volgens hem niet gelukkiger van worden. Offers en discipline zijn in zijn ogen juist nodig om de loyaliteit aan de partij te verankeren.

Indrukwekkende én zorgwekkende cijfers

China produceert inmiddels zo’n 35% van alle wereldwijde maakindustrie en koerst af op bijna 50% in 2030. Opvallend is dat slechts 11% van deze productie in eigen land wordt geconsumeerd. Het overgrote deel is bestemd voor export. In 2025 bereikte het handelsoverschot een recordniveau van circa 1.000 miljard euro. Een derde van de Chinese economische groei dat jaar kwam voort uit de exportsector, het hoogste aandeel sinds de jaren negentig. Tegelijkertijd bleef de binnenlandse consumptie achter met een groei van slechts 2%, terwijl de economie als geheel met 5% groeide.  

Een verdeeld en kwetsbaar Europa

Over de Europese reactie op deze groei was Mees weinig lovend: China speelt EU-landen bewust tegen elkaar uit. Dat gebeurt via gerichte lobby in bijvoorbeeld Spanje, maar ook via indirecte druk, zoals dreiging met strengere vleesinspecties na Europese tariefonderzoeken. Zelfs Europese importheffingen op Chinese elektrische auto’s blijken minder effectief dan bedoeld, omdat hybrides buiten de maatregelen vallen. Ook pogingen om de strategische afhankelijkheid van China te verkleinen lopen stroef. Een voorstel van de Europese Commissie om bedrijven te verplichten minimaal drie leveranciers te hebben, is door Spanje al na één dag teruggetrokken. Daarbovenop is er door decennia van outsourcing in Europa veel productie- en proceskennis verdwenen. Met andere woorden, Europa weet steeds minder goed hoe het op grote schaal zelf moet produceren. Zoals Mees het stelt: “Als we onze levensstandaard willen behouden en niet economisch gekoloniseerd willen worden, moeten we voor onszelf opkomen en de inspanning zelf leveren.

Blik vooruit

De sessie met Heleen Mees werd besloten door enkele vragen uit het publiek over onder meer de gevolgen voor Nederland (die volgens haar relatief beperkt zijn vanwege de geringe omvang van de maakindustrie), de dienstverlening in China en het hukou-systeem. Mees schetste in haar afsluiting een nuchter maar alarmerend beeld. China loopt volgens haar voor op zo’n 90% van alle geavanceerde technologieën. Hoewel de demografische krimp over twintig jaar pijnlijk voelbaar zal worden, blijft het land tot die tijd een grote economische en geopolitieke uitdaging. “We mogen blij zijn als het bij een handelsoorlog blijft,” aldus Mees. 

 

 

Heleen Mees is econoom, opiniemaker en auteur van vier boeken. Ze is docent aan verschillende universiteiten, waaronder New York University en de Vrije Universiteit in Amsterdam. Haar onderzoek richt zich op de impact van de opkomst van China op het Westen. Haar werk is verschenen in kranten en tijdschriften zoals Foreign Policy, The New York Times, The Financial Times en Le Monde. Ze is tevens medeoprichter van een NGO die zich inzet voor meer vrouwen in topfuncties. Ze verdeelt haar tijd tussen New York en Amsterdam, maar woonde in 2015 een jaar in Doujiao Hutong in Beijing. (Heleen Mees op LinkedIn  https://www.linkedin.com/in/heleenmees )

 

Beluister de podcast op: