door Jaap Post
Wanneer u al langer lid bent van VNC dan heeft u ongetwijfeld nog een stapeltje tijdschriften liggen, de China NU. Een prachtig blad, waar een schat aan informatie in te vinden is. Voor ChinaNU+, leest Jaap Post in de aanloop naar het 50 jarig jubileum van VNC ze allemaal nog eens door en maakt er een zeer lezenswaardige samenvatting van. In dit nummer gaan we verder met de jaargangen 41 tot en met 45, de periode 2016-2020.
SEZ Shenzhen; van wankel experiment tot bijzonder succes
In 1979 besluit communistisch China te gaan experimenteren met Speciale Economische Zones (SEZ’s), proeftuinen voor de vrijemarkteconomie en buitenlandse investeringen. In 1980 wordt Shenzhen als eerste SEZ aangewezen. Hoewel er vele volgen, is Shenzhen het meest succesvol – dankzij Deng Xiaoping. Hij zorgt ervoor dat de proef niet voortijdig wordt afgeblazen. Door het neerslaan van de studentenopstand in 1989 lopen de buitenlandse investeringen in Shenzhen terug en daarmee ook het vertrouwen van de Partij. Hardliners in de Partij spreken van een “doorgeschoten kapitalistisch experiment dat misbruik maakt van goedkope arbeidskrachten”. Bovendien wijzen zij op misstanden als witwasoperaties, smokkelpraktijken en omkopingsschandalen. Deng weet echter de criticasters tot zwijgen te brengen: “Shenzhen SEZ is een experiment. Het zal enige tijd duren voordat we weten of we daar juist aan hebben gedaan. Hopelijk maken we het tot een succes, maar mocht het toch mislukken, dan kunnen we veel leren van deze ervaring.”
Uiteindelijk blijkt het de succesvolste SEZ van het hele land te worden. Dat ligt voor een groot deel aan de unieke aanpak. Het is gebruikelijk dat de oorspronkelijke dorpsbewoners ondergebracht worden in nieuwe locaties buiten de SEZ. Maar de bewoners van de SEZ Shenzhen raken wel hun landbouwgrond kwijt maar de grond in de dorpskernen wordt niet door de staat geclaimd. Ze worden actief gestimuleerd om zich meer op de industrie te richten of om zelf bedrijfjes op te zetten. Dit leidt tot een explosie van bedrijvigheid en ondernemingszin. Aanvankelijk worden goedkope producten gemaakt maar allengs worden meer en meer hoogwaardige technologische producten ontwikkeld en geproduceerd. Daarmee hebben de ‘stadsdorpen’ een cruciale, maar onvoorziene bijdrage geleverd aan het succes van Shenzhen.
De Politie uw vriend
China Nu verhaalt regelmatig over Chinezen in Nederland en hun activiteiten, zo ook over politiemensen met Chinese roots. Die politiemensen hebben binnen de Nationale Politie een belangrijke rol. Zij zijn verenigd in het Chinees Netwerk Politie en spannen zich in voor betere communicatie tussen de politie en de Chinese gemeenschap om de vertrouwensband te verstevigen. Zo is bijvoorbeeld de bereidheid van Chinezen om aangifte te doen van inbraak relatief laag. Dat maakt ze tot een gemakkelijk doelwit. De mensen van het Chinees Netwerk introduceren de wijkagent bij Chinese horeca-ondernemers, stichtingen en verenigingen. Ook helpen ze Chinese toeristen die slachtoffer zijn geworden van een misdrijf. Ze bieden voorlichting in het Chinees met waarschuwingen en tips om misdrijven te voorkomen. Omdat de georganiseerde misdaad onder Chinezen vaak gericht is tegen Chinezen, staat het Netwerk dan het opsporingsapparaat met raad en daad bij. Ook bij minder spannende zaken wordt een beroep gedaan op het Netwerk, zoals bij controles van Chinese horecaondernemingen.
Het aantal mensen bij het Chinese Netwerk is beperkt, de belangstelling van Chinezen om bij de Nationale Politie te werken is niet groot. Chinese ouders zien veel liever dat hun zoon of dochter arts, advocaat of accountant wordt. Zij hebben er alles voor over om hun kinderen op de universiteit te krijgen. Dat is hun ticket voor succes en status en dan heeft de politie het nakijken.
Droge ogen
China Nu wijdt opnieuw een artikel aan Chinese buitenlandse investeringen, en met reden. In 2015 overstegen deze investeringen voor het eerst het totaal aan buitenlandse investeringen in China zelf. Aanvankelijk was China vooral geïnteresseerd in grondstoffen en voedsel; energie- en voedselzekerheid waren topprioriteit. Zo kocht China één miljoen hectare landbouwgrond in het buitenland, wat nogal eens tot buitenlandse kritiek leidde. Ter vergelijking: Nederland bezat toen 1,2 miljoen hectare landbouwgrond in het buitenland.
Vanaf 2015 richt China zich, naast Azië, steeds sterker op de VS en Europa met investeringen in industriële bedrijven. Het strategische doel is dan inmiddels verschoven naar het verwerven van technologische kennis en zodoende de achterstand op de industrielanden te verkleinen. Deze door de Chinese overheid gestuurde kapitaalstroom leidt in de westerse wereld met zijn vrije markt nogal eens tot verhitte discussies en soms grijpt een overheid in. Zo verhindert de Duitse regering dat chipfabrikant Aixtron in Chinese handen komt. In Australië blokkeert de overheid een Chinese investering in het stroomnet met een beroep op de nationale veiligheid. Naar de mening van de auteur zijn veel van deze zorgen ingegeven door ‘China-fobie’: angst voor een onbekende speler die de westerse hegemonie uitdaagt. Hij pleit dan ook voor het ontwikkelen van een Europa-breed beleid ten aanzien van Chinese investeringen en daarbij hetzelfde uitgangspunt te hanteren als de Chinezen: wederkerigheid. “Zolang het voor westerse bedrijven onmogelijk is om in bepaalde bedrijfstakken in China te investeren, kunnen wij met droge ogen hetzelfde van Chinese bedrijven verlangen”.
Alstublieft uw schnitzel
In elk nummer van China NU is de bespreking van boeken en films met een Chinese achtergrond een vast onderdeel. De bespreking van een film over de Chinese vleesindustrie is daar een voorbeeld van. Door de groeiende welvaart en de toenemende bevolking neemt de vraag naar vlees toe. De hoeveelheid landbouwgrond is in China beperkt, dus kijkt men over de grens. De titel van de filmbespreking is “De lange tentakels van de Chinese en wereldwijde vleesindustrie”. De titel van de film zelf: “Socialism”. De film begint in een grote Chinese varkensslachterij. Een functionaris vertelt dat hier elk uur zeshonderd varkens worden geslacht en hij voegt eraan toe “alle machines komen uit Nederland”.
De film maakt duidelijk welke ingrijpende mondiale gevolgen de alsmaar toenemende vleesconsumptie heeft en de rol die China daarin speelt. Zo laat de film enorme mammoetbedrijven zien in de Amerikaanse staat North-Carolina, het centrum van de varkensindustrie. De meeste van deze bedrijven zijn opgekocht door een Chinese voedselgigant die jaarlijks 15 miljoen varkens slacht.
Ook uitgestrekte sojavelden in Brazilië komen in beeld. Deze zijn in het bezit van grote boeren, die veel pesticiden gebruiken. De kleine boeren hebben het nakijken. Volgens een van de grootste sojaproducenten is er goedkoop land genoeg, alleen het oerwoud moet nog worden gekapt. De boodschap van de filmmakers is duidelijk: wanneer de wereld niet bereid is tot drastische koerswijzigingen zullen vernietiging van het oerwoud, massaal gebruik van pesticiden en vermindering van de biodiversiteit onverminderd doorgaan.
Een voormalige basketballer en een vliegdekschip
Onderhandelen met Chinezen heeft zo zijn eigen kenmerken. China NU illustreert dit met een fantastisch voorbeeld waarin veel elementen die van belang zijn bij het zakendoen met Chinezen terugkomen; lange termijnvisie, lange adem hebben, doorzettingsvermogen, nationale trots, een leugentje om bestwil en vriendschap.
Het verhaal begint bij Xu Zengping, een voormalig basketbalspeler van het Chinese leger. Na de val van de Berlijnse Muur vraagt de Chinese Marine hem in het geheim om een – overbodig geworden – vliegdekschip op de kop te tikken. Oekraïne heeft zo’n bijna voltooid schip in de aanbieding, maar China ziet bij nader inzien toch af van de koop om de VS niet te alarmeren. Na een paar jaar is het schip nog niet verkocht en vraagt de Chinese Marine aan Xu, inmiddels een succesvol zakenman, om het schip toch in handen te krijgen. Wel met twee waarschuwingen: het leger heeft nauwelijks budget en de officiële steun vanuit Peking ontbreekt. Xu wil graag iets voor zijn land doen en stemt met deze voorwaarden in. Omdat de scheepsbouwer eist dat het schip niet voor militaire doeleinden wordt gebruikt, omzeilt Xu dit probleem door het leugentje dat hij het schip wil ombouwen tot het grootste drijvende hotel en casino ter wereld. Voor de geloofwaardigheid richt hij zelfs een bedrijf op in Macao. Uiteindelijk koopt Xu het schip, inclusief de ontwerptekening, voor twintig miljoen dollar. Vervolgens loopt de reis naar China vertraging op: het schip mag van Turkije niet door de Bosporus en blijft een paar jaren liggen aan een Oekraïense kade. Pas wanneer Peking toch belangstelling toont weet het in Ankara toestemming te krijgen voor doorvaart. Het schip wordt in China afgebouwd en in 2012 in gebruik genomen als China’s eerste vliegdekschip, de Liaoning. Xu zelf loopt echter vast in grote schulden. Hoewel hij het aankoopbedrag terugkrijgt, blijven de enorme transport- en ligkosten voor eigen rekening. Hij moet zijn villa verkopen en is afhankelijk van een lening van een vriend. Toch is Xu trots op wat hij voor zijn land heeft kunnen doen. Een wel heel bijzonder en leerzaam voorbeeld van de opoffering en volharding die vaak achter Chinese successen schuilen.
De auteur is Jaap Post; lid sinds 2000, voorzitter van 2001 tot 2008, momenteel adviseur van het bestuur en lid van het Comité van Aanbeveling