door Sjef van Erp
De rechtsvergelijking, het vergelijken van rechtsstelsels om verschillen en overeenkomsten in het denken over recht beter te begrijpen, heeft Sjef van Erp in contact gebracht met tal van collega’s buiten Nederland en ook met collega’s in China. Sinds een jaar werkt hij met een internationaal team aan een rechtsvergelijkend commentaar op het nieuwe Chinese Burgerlijk Wetboek, dat op 1 januari 2021 in werking trad. Behalve met recht heeft dit ook veel met (rechts)taal te maken.
China-EU School of Law
Vanuit Maastricht, de universiteit waar ik jarenlang aan verbonden ben geweest als hoogleraar Nederlands en Europees privaatrecht, werd geparticipeerd in de China-EU School of Law, waar ik Engelstalige colleges heb gegeven. Mij viel tijdens deze colleges al op dat mijn Chinese studenten oprecht geïnteresseerd waren in het rechtsvergelijkende onderwijs en ook, zoals je van studenten verwacht, kritisch luisterden. Hoe boeiend ik deze colleges en contacten met collega’s en studenten ook vond, toch voelde ik me een buitenstaander doordat ik letterlijk geen woord Chinees sprak of verstond. Dat is een ervaring die me eigenlijk zelden overkomt, omdat ik meestal werk in een omgeving waarin een westerse taal wordt gesproken. Om die reden had ik me overigens toen al voorgenomen dat ik, mocht ik nog eens naar China terugkeren, in ieder geval enige basiskennis Chinees wilde verwerven. Toch nog onverwacht bleek dat dit jaar nodig.
Leren van vergelijkingen
Maar misschien is het goed dat ik eerst iets meer zeg over mijn vakgebied. Ik houd mij bezig met het vergelijken van rechtsstelsels, onder andere om te kunnen nagaan of we van oplossingen en benaderingen in andere landen wellicht iets kunnen leren. Binnen dit vakgebied richt ik mij met name op het privaatrecht, dat deel van het recht dat zich richt op verhoudingen tussen private personen, dus burgers en bedrijven. Het privaatrecht is heel breed. Daaronder vallen het contractenrecht en de aansprakelijkheid voor onrechtmatige handelingen, naast eigendomsverhoudingen en zekerheden voor aangegane schulden zoals hypotheken. Het zijn in het bijzonder de laatste twee deelgebieden, die onderdeel uitmaken van wat het ‘goederenrecht’ wordt genoemd, waarmee ik mij tijdens mijn hoogleraarschap in Maastricht intensief heb beziggehouden. De laatste jaren vooral vanuit de optiek van de opkomende data-maatschappij.
Samenhang tussen recht en taal
Een belangrijk aspect van rechtsvergelijking is het besef dat recht en (rechts)taal ten nauwste met elkaar samenhangen. De vaktaal die ik in internationaal verband het meeste gebruik is Engels, waarbij men zich goed moet realiseren dat het Engelse recht sterk afwijkt van het continentale recht wat het uitleggen en vergelijken van juridische oplossingen er niet makkelijker op maakt. De Engelse rechtstaal is immers de uitdrukking van het Engelse recht, niet van bijvoorbeeld het Nederlandse recht. Nederlandse rechtsbegrippen zijn daardoor soms lastig te vertalen in het Engels en omgekeerd. Het Nederlandse recht vergelijken met het Chinese recht is mede door het verschil in taal geen eenvoudige opgave. Om het Chinese echt goed te kunnen doorgronden is kennis van de Chinese taal nodig en inzicht in hoe de Chinese karakters zijn opgebouwd, omdat deze taal niet bestaat uit letters maar karakters. De omzetting daarvan in PinYin helpt daarbij, maar deze omzetting op zich is in feite al een interpretatie van wat de karakters betekenen. Daar komt nog bij dat de politieke en sociaal-economische achtergrond waartegen het Chinese recht functioneert fundamenteel afwijkt van wat we in Nederland zien. Dat maakt het vergelijken van juridische oplossingen moeilijker, maar zeker niet onmogelijk.
Na mijn emeritaat in Maastricht in 2020 had ik mij op allerlei interessante bezigheden ingesteld, maar niet dat ik betrokken zou zijn bij grote rechtsvergelijkende projecten. Dat is echter heel anders gelopen.
Het nieuwe Chinese Burgerlijk Wetboek
Ruim een jaar geleden werd me informeel gevraagd wat ik van de gedachte vond om het nieuwe Chinese Burgerlijk Wetboek rechtsvergelijkend te becommentariëren. In het Engelstalige project zouden ervaren rechtsvergelijkende onderzoekers uit Europa gaan samenwerken met jongere rechtsvergelijkers uit China. Ik vond dat onmiddellijk een heel interessant idee en in dat kader ben ik nu betrokken bij het eerste stuk van dit commentaar dat betrekking heeft op goederenrecht, waarbij mijn deel zich beperkt tot het hypotheekrecht. Dit is een heel intrigerend deel van het Chinese recht, omdat een recht van hypotheek een bank de mogelijkheid biedt een huis of appartement te verkopen, om uit de opbrengst van de verkoop een schuld aan de bank te voldoen. Die schuld is meestal ontstaan doordat de bank geld heeft uitgeleend om eigenaar te kunnen worden van dat huis of appartement. Maar hoe is dat mogelijk in een economie die functioneert tegen de achtergrond van het uitgangspunt dat de staat eigenaar is van alle productiemiddelen en dus ook van de grond en alles wat met die grond is verbonden?
Inzicht voor buitenlandse juristen
De bedoeling is dat er een serie boeken verschijnt waarin het volledige Chinese Burgerlijk Wetboek in het Engels wordt becommentarieerd door telkens teams van Europese en Chinese rechtsvergelijkers. Het deel over goederenrecht, waarbij ik nu ben betrokken, zal naar alle waarschijnlijkheid als eerste worden gepubliceerd.
Zo’n commentaar heeft als functie de rechtspraktijk een handleiding te geven over hoe de wetstekst en de officiële toelichting dienen te worden toegepast. Daarbij wordt gelet op rechtspraak waarin de wetstekst wordt uitgelegd en op rechtsliteratuur waarin bijvoorbeeld die rechtspraak wordt besproken. In dit Engelstalige commentaar wordt ook ingegaan op hoe bepaalde problemen in buitenlandse rechtsstelsels worden opgelost. Aldus wordt geprobeerd het Chinese recht inzichtelijker te maken voor buitenlandse juristen.
Verhelderende discussies tussen vakgenoten
Om elkaar beter te begrijpen is door de Chinese collega’s in Beijing een meerdaagse bijeenkomst georganiseerd, waar de verschillende Europese en Chinese onderzoekers met elkaar op een inspirerende en diepgaande – maar vooral ook open – wijze van gedachten hebben gewisseld over de verschillen tussen het goederenrecht in China en het recht in Europese landen. Het werd de Europese onderzoekers duidelijk hoe het mogelijk is dat de staat eigenaar is van de grond, terwijl een individuele burger toch eigenaar kan zijn van een appartement. Die mogelijkheid ontstaat doordat de staat aan de burger het recht toekent om het eigendom van de staat te gebruiken om daarop een appartement te hebben, waardoor de burger eigenaar kan zijn van zijn appartement en als gevolg daarvan hierop een recht van hypotheek kan vestigen. We hebben er bijvoorbeeld over gesproken of hier een parallel te trekken valt met het Nederlandse erfpacht, zoals dit bijvoorbeeld bestaat in een stad als Amsterdam.
Leerzame ontspanning tot slot
Na afloop van deze meerdaagse bijeenkomst hebben Chinese collega’s ontmoetingen geregeld met bijvoorbeeld een advocatenkantoor om ons kennis te laten maken met de rechtspraktijk. Ook dat was buitengewoon leerzaam.
Voor mij persoonlijk kwam daarbij dat ik door de collega’s met wie ik in het project vakinhoudelijk heel nauw samenwerk, enkele dagen ben rondgeleid door Beijing. Zo heb ik onder andere het nationale museum bezocht – daarbij heel interessante gesprekken gevoerd over de Chinese geschiedenis – en gewoon zoals ieder ander gebruik gemaakt van de metro en de bus. Hierbij heb ik mijn basiskennis Mandarijn-Chinees goed kunnen inzetten. Voldoende om me niet helemaal verloren meer te voelen tijdens mijn verblijf in China (waarvoor veel dank aan mijn docenten bij het taleninstituut Regina Coeli in Vught!). De collega’s die mij rondleidden ben ik buitengewoon erkentelijk voor hun enorme geduld bij het aan mij uitleggen van Chinese karakters en de Chinese taal. Kortom een leerzaam en ook heel aangenaam verblijf.
Sjef van Erp is emeritus hoogleraar Nederlands en Europees privaatrecht aan de Universiteit van Maastricht