Brengt China dichterbij

Interview met Mark Leenhouts 

door Robert van Kan

Op 12 september kreeg sinoloog Mark Leenhouts voor zijn vertalingen uit het Chinees de Martinus Nijhoff Prijs 2025 uitgereikt, de prestigieuze vertaalprijs van het Cultuurfonds. De jury noemt hem een pleitbezorger van het Chinees én het Nederlands: zijn werk opent werelden, verbindt perspectieven en verrijkt het literaire veld.

Ter gelegenheid van deze bekroning van Leenhouts’ werk spreekt Robert van Kan – vriend en mede-sinoloog – met hem over zijn carrière als Chinees vertaler, over hoogte en dieptepunten en de ins en outs van het vertaalwerk.



Mark, in de eerste plaats nog gefeliciteerd met de Martinus Nijhoff vertaalprijs. Het is een prachtige bekroning van een lange carrière als vertaler van Chinese literatuur. Hoe is jouw reis als vertaler begonnen?

Ik hield altijd al van taal en van literatuur, dat is ook de reden dat ik Chinees wilde gaan studeren, ik wilde alles weten over die rare karakters! Het zat er dus al lang in dat ik me met zoiets zou gaan bezighouden, maar dingen moesten toen nog wel bij elkaar komen. In Leiden had je natuurlijk onze docent Wilt Idema, die zelf vertaler was, en die mij liet zien dat vertaler iets is dat je kunt zijn of worden. Er was ook al een jongere generatie vertalers onder hem, veel sinologen waren al bezig met een boek. Maar het besef kwam pas echt in Parijs. Nadat ik drie jaar Chinees had gestudeerd in Leiden ben ik in 1990 naar Parijs gegaan, naar de Université Paris 7. Ik had daar een docente Chinese literatuur, Madame Tan. Voor haar was literatuur niet zomaar woorden op papier – ze blies die woorden leven in. In Parijs merkte ik ook dat er daar al veel meer uit het Chinees vertaald werd. Ik struinde graag door de boekhandels, en de meeste hadden een hele kast vol vertaalde Aziatische literatuur. Het was in zwang, mensen kochten het, er werd over gepraat. 

 

Hoe leidde die interesse in het vertalen tot je eerste boek?

Op enig moment hield Madam Tan een boek omhoog dat net in het Frans was verschenen, van ene Han Shaogong. “Dit is een interessant boek”, zei ze, “dat net vertaald is, over een man die woont in de Chinese bergen en die niet kan praten”. Meer zei ze er eigenlijk niet over. Ik ging het lezen en het was een bijzonder verhaal, het intrigeerde mij meteen. Ook omdat ik zag dat dit boek in de boekwinkels lag en mensen het kochten. Misschien moet ik dat boek naar het Nederlands vertalen, dacht ik. 

Vanuit Parijs trok ik naar China om daar een jaar te studeren. In China heb jij mij verder geholpen, we zijn toen samen op reis geweest dwars door China, van Beijing naar Hainan. We gingen naar Zuid-Hunan, de plek waar het verhaal zich afspeelt. Het district was nog niet open voor buitenlanders en we hadden geen toestemming aangevraagd. Omdat het Chinees Nieuwjaar was, wilde de politie geen gedoe, dus we mochten blijven als we op hun eerstvolgende werkdag zouden verdwijnen. Ze stopten ons zelfs in het luxe gasthuis van de lokale politie! We wisten dat Han Shaogong op Hainan woonde. Omdat jij op de ambassade werkte, had je het adres van de lokale schrijversbond achterhaald. In plaats van een afspraak te maken, zoals het hoorde, hebben we gewoon aangebeld. Hij was niet thuis, maar die avond kwam hij naar ons hotel. Zo heb ik hem leren kennen. Die avond heb ik gevraagd of ik zijn vertaler mocht worden. Hij zei ja, en tot op de dag van vandaag heb ik nog contact met hem. Ik heb zelfs mijn proefschrift over hem geschreven en nog twee boeken van hem vertaald. Dus de eerste tien jaar van mijn carrière draaide veelal om hem. Terug in Leiden hebben mijn docenten mij geholpen met contacten met uitgevers. Zo kwam ik bij Eric Visser van uitgeverij De Geus terecht. Hij was geamuseerd door zo’n jong jochie, net afgestudeerd, die met grote ambities bij hem aanklopte. Ik had een tas bij me met allerlei boeken, die ik wilde gaan vertalen. Ik had duidelijk geen idee hoe dat werkte. Maar hij zei: “Dat gaan we doen!” Zo werd ‘Ba ba ba’ van Han Shaogong mijn eerste boek. 

 

Je hebt nu 14 of 15 boeken vertaald, inclusief De Droom van de Rode Kamer , een werk van 2000 pagina’s in vier delen, samen met Anne Sytske Keijser en Silvia Marijnissen. Wat zijn de hoogte- en dieptepunten van het leven van een literair vertaler?

Het hoogtepunt is toch wel dat je elke dag mag werken aan een boek dat je heel mooi vindt en waarin je je helemaal verliest. Ik ga daar helemaal in op. Achter mijn bureautje, met boeken om me heen. Het liefst een boek dat mij uitdaagt. Als het niet moeilijk is, is het ook niet leuk. Dat je dus zelf de hele dag bezig mag zijn met een boek dat je zo mooi vindt. Dat is en blijft het hoogtepunt.

Keerzijde is dat de Chinese literatuur niet zo bekend is en niet heel veel gelezen of verkocht wordt. Het is soms moeilijk om een mooi boek vertaald te krijgen. Uitgevers zijn voorzichtig. Het is een uitdaging om werk te vinden dat mooi is en potentie heeft om uitgegeven te worden. Ik ken veel collega’s die uit het Frans vertalen, waar een grote variatie is om te vertalen: oud, nieuw, experimenteel, allerlei soorten werk. Voor Franse literatuur is de belangstelling breder. Soms is het dus lastig om in een niche te werken. Anderzijds, in bijna alle gevallen heb ik een werk ook zelf voorgesteld, ik doe weinig omdat anderen het mij vragen.

 

Het juryrapport stelt dat je niet alleen een fenomenale kennis hebt van het Chinees maar ook van het Nederlands. In de voorbeelden die erin worden gegeven blijkt dat je soms heel vrij vertaalt, omdat de Chinese taal vaak niet een-op-een te vertalen is. Je legt dan je eigen persoonlijkheid of creativiteit in het werk van iemand anders. Hoe pak je dat aan?

Ja, dat van de vrije vertaling klopt. Toch blijf ik juist wel trouw aan het origineel, misschien niet aan de letter, maar wel aan de geest van de tekst. Als vertaler uit het Chinees moet je veel meer sleutelen aan zinnen – ook aan ogenschijnlijk simpele zinnen – dan bijvoorbeeld uit het Duits of het Frans. Bij het Chinees moet je veel meer doen om de tekst recht te doen. Als je het letterlijk zou vertalen, dan is het lelijk Nederlands of verliest het zijn betekenis. Het Chinees kent bijvoorbeeld veel uitdrukkingen van vier karakters, die je bijna nooit letterlijk kunt vertalen. Daar moet je wat mee. Je kijkt naar het idee van het spreekwoord, de geschiedenis, het verhaal erachter, de klank, de rijm. Je vertaalt nooit woordje voor woordje, maar je zoekt naar de juiste betekenis van een woord in die zin, in die alinea, op die pagina, bij die schrijver, in die stijl.

 

Chinees is dus een context taal, dat vereist een diepe kennis van de context van het werk dat je vertaalt. Je hebt zowel klassieke als moderne literatuur vertaald. Je hebt zo diep in de ziel van de Chinese cultuur gekeken. Wat is het belangrijkste inzicht dat je daaraan hebt overgehouden? 

Als er een rode lijn door al die boeken loopt, dan is het een sterke betrokkenheid met de wereld om je heen. In de westerse roman zit je vaak vanaf pagina 1 in het hoofd van de hoofdpersoon. Europese en Amerikaanse schrijvers worden met name gewaardeerd omdat ze een individu of karakter uitgraven, in hun diepste ziel kijken. De hoofdpersoon moet een ontwikkeling doormaken, iets bij zichzelf ontdekken, een jeugdtrauma verwerken, bijvoorbeeld. Dat bepaalt ook de structuur van het boek, het geeft het verhaal een sterke plot. Bij Chinese boeken heb je dat veel minder. Lezers vertellen mij dat ook. Veel personages laten zich niet echt goed kennen en blijven ogenschijnlijk platter. De verhaallijn is minder helder, het werkt minder naar een plot toe. Dat is enerzijds traditioneel, maar nog steeds wel zo. Het is natuurlijk niet zo dat de ‘ik’ helemaal geen rol speelt, maar er spreekt een dieper gevoel uit dat de ‘ik’ niet het centrum van de wereld en van onze natuur is. Dat de mens in een wereld staat met andere mensen om zich heen, dat de mens zich tot de wereld moet verhouden. De blik is meestal meer naar buiten gericht, naar wat om ons heen gebeurt. 

 

Bedoel je dat wij leven in een geïndividualiseerde samenleving, waarin het ik centraal staat, terwijl de Chinees meer leeft in een samenleving waarin het collectief centraal staat?

Ja, de karakters krijgen meer reliëf door interactie met de ander. Er zijn ook vaak meerdere hoofdpersonen, vaak in stellen, die zich in allerlei relaties tot elkaar verhouden. Zij laten zich juist vaak kennen in het contrast met de ander. Je ziet dat de meeste Chinese schrijvers en oude dichters het niet zo kunstzinnig vonden om te gaan wroeten in de diepste innerlijke of intieme gevoelens van een personage. Dat vinden ze niet zo relevant.

 

Zie je in die relaties dan ook traditionele waarden terugkomen, zoals in de relatie tussen leraar en student, of tussen vader en zoon? En is literatuur dan ook bedoeld om die waarden en normen te bevestigen, of juist te bestrijden?

Dat is inderdaad de Confucianistische kant van de kunst; wat is de rol van een mens in de maatschappij? Maar er zit ook een diepere, Taoïstische kant aan de literatuur, namelijk de relatie tussen mens en natuur. Dat geldt ook voor kunst in het algemeen, niet alleen de literatuur. Kijk maar eens naar Chinese landschapskunst. Je ziet enorme bergen, veel wolken, en een piepklein mensje, meestal ergens aan de rand. Dat geeft aan dat de mens slechts onderdeel is van de natuur, en vaak maar een heel klein nietig onderdeel. Die insteek is een uitdaging voor een westerse lezer. Chinese personages geven zich niet zo makkelijk bloot, en dat beeld projecteren wij ook op hoe wij China zien, namelijk een land dat zich niet zo makkelijk blootgeeft. Maar als ik in China ben, herken ik hierdoor zelf wel hoe de mensen naar de wereld kijken en naar elkaar. Het is minder ‘ikkerig’. De realiteit en de literatuur sluiten wat dat betreft goed bij elkaar aan. 

 

Je  hebt nu ook het wellicht beroemdste Chinese werk vertaald, The Art of War, of De Kunst van het Oorlogvoeren, van Sunzi. Het is de eerste keer dat dit werk direct vanuit het Chinees is vertaald, hoewel er al diverse Nederlandse versies van bestaan. Hoe kan dat eigenlijk?   

Ik denk dat er een herwaardering heeft plaatsgevonden van de oorspronkelijke tekst van dit werk. Lang is het gezien als primair een tekst over oorlog voeren. In de bredere geschiedenis van de Chinese literatuur nam het geen voorname plaats in. Sinds de jaren tachtig kennen we natuurlijk vooral de verschillende bewerkingen voor het bedrijfsleven. Het werd een soort zelfhulpboek voor managers, of voor psychologen. Als reactie daarop zien we in sinologische kringen pas sinds 2000 een herontdekking van dit werk als filosofische en literaire tekst, ook in relatie tot de andere klassieke werken. Vandaar dat het niet eerder uit het Chinees is vertaald en we het altijd deden met vertalingen uit het Engels. Bij dit soort indirecte vertalingen treedt onvermijdelijk een verwatering op. Een vertaler uit het Engels is meestal niet bekend met de Chinese culturele of literaire context van het stuk. Uitgeverij Athenaeum, dat ook de Droom van de Rode Kamer heeft uitgegeven, is juist bekend om zijn klassieke uitgaven die teruggaan op de brontekst. Zij hebben mij gevraagd om dicht bij de tekst te blijven, en dus minder een strikt militaire of andere duiding te geven. Ik vond het heel leuk om te doen, het heeft me heel veel gebracht. Het was ook echt weer heel moeilijk. Het was een echte ontdekkingsreis, bijvoorbeeld naar de boodschap die erin zit, dat oorlog juist zoveel mogelijk vermeden moet worden, door slim te zijn.

https://www.singeluitgeverijen.nl/athenaeum/boek/de-kunst-van-het-oorlogvoeren/

https://www.singeluitgeverijen.nl/athenaeum/boek/de-droom-van-de-rode-kamer/

 

Afrondend, we hebben gezien dat je niet alleen keigoed bent in het Chinees, maar ook in de Nederlandse taal, je gaat voor het mooie, je bent creatief en inventief. Wanneer kunnen we eigenlijk jouw eerste roman verwachten?

Ik kan niet ontkennen dat ik er nog nooit aan gedacht heb. Ik geloof ook niet in het idee dat in elke vertaler en gemankeerde schrijver huist. Maar het grote verschil is dat je als vertaler begint met een tekst en als romancier met een wit leeg papier. Dat is toch wel van een andere orde. Ik weet niet of ik dat wel kan. Wie weet!

 

Robert van Kan is directeur van het onderwijsadviesbureau Edvance Education International, gevestigd in Den Haag en Beijing. 

 

Lees ook het Juryrapport : https://cms.cultuurfonds.nl/assets/downloads/Juryrapport-Vertaalprijs-2025.pdf

en de laudatio uitgesproken door Fresco Sam-Sin tijdens de prijsuitreiking:

https://cms.cultuurfonds.nl/assets/downloads/Laudatio-Mark-Leenhouts-Martinus-Nijhoff-Google-Documenten.pdf