Over o.a. haar nieuwste boek Vlieg, Wilde Zwanen
Door Marilou den Outer
Toen in 1991 het boek Wilde Zwanen (Wild Swans) van Jung Chang verscheen werd het in rap tempo een wereld-bestseller: 50 miljoen exemplaren, in 40 landen. De persoonlijke geschiedenis van drie generaties vrouwen in China gaf een unieke inkijk in de recente geschiedenis van dit toen nog relatief gesloten land. Nu, ruim dertig jaar later, schreef zij opnieuw een persoonlijk boek, Vlieg, Wilde Zwanen, dat vorig jaar in Nederlandse vertaling verscheen. Met beduidend minder media-aandacht.
Maar op een donderdagavond in februari werden de fans in Nederland verrast: Jung Chang liet zich interviewen in de Oude Lutherse Kerk aan het Spui in Amsterdam. Ouder geworden, maar met een helder en krachtig verhaal.
De hele zaal voelde haar drive om belangrijke, ware verhalen te vertellen die in China niet voor het voetlicht mogen komen.
Vlieg, Wilde Zwanen heeft als ondertitel Mijn moeder, China en ik. Het leest als een ode aan haar moeder. Zij was het die haar vanuit China altijd is blijven aanmoedigen om te schrijven, ook toen het moeilijk werd en zij zelf in gevaar zou kunnen komen. Ze moedigde haar dochter steeds aan, zei: “Word geen Nora”, naar de hoofdpersoon uit Ibsens toneelstuk Het Poppenhuis, die als vrouw geen kans had zichzelf als individu te ontplooien.
Jung Chang pakte die kansen, en hoe, vanaf het moment dat zij in 1978 in het Verenigd Koninkrijk belandde en daar sindsdien is gebleven.
Samen met haar man Jon Halliday schreef zij tal van boeken (alle verboden in China), onder meer biografieën van Mao Zedong en de laatste keizerin, Cixi. Alles op grond van interviews en uitgebreid archiefonderzoek, wat met name in China niet altijd eenvoudig was en veel doorzettingsvermogen en moed vereiste.
“U bent een heel moedig mens”, merkte interviewster Mischa Blok in de Lutherse Kerk op. Jung Chang antwoordde daarop dat het haar óuders waren die moedig waren. Dat heeft ze in Vlieg, Wilde Zwanen ook beschreven. Haar vader bijvoorbeeld, die op jonge leeftijd overtuigd communist werd, maar later, tijdens de grote hongersnoden eind jaren vijftig, een brief stuurde aan partijvoorzitter Mao om te protesteren. De provinciale gouverneur die de brief moest doorsturen overtuigde hem dat niet te doen, ook gezien de mogelijke schade voor zijn jonge gezin. Vader gaf toe, maar zijn geweten bleef knagen. En vervolgens, tijdens gewelddadige volksgerichten in de Culturele Revolutie, weigerde hij te buigen, wat hem op harde klappen kwam te staan. Uiteindelijk zou hij fysiek bezwijken en overlijden. In de officiële boeken staat haar vader vanwege die – hoewel niet verstuurde – brief nog altijd genoemd als ‘anti-Mao-crimineel’ en is hij tot nu toe niet gerehabiliteerd.
Ook haar moeder was al jong communist geworden, mede om een persoonlijke reden: haar oma wist als concubine te vluchten op haar ingebonden ‘lotusvoeten’, en zo zichzelf en haar jonge dochtertje een eigen bestaan te geven. Een van de speerpunten van de vroege communisten was om het concubinaat – en het inbinden van vrouwenvoeten – af te schaffen. In de praktijk overigens, aldus Jung Chang, keken ook de communistische ‘bevrijders’ volop neer op haar grootmoeder, als voormalige concubine. Lidmaatschap van de Partij opzeggen was echter nooit een optie, dat stond gelijk aan desertie en werd zwaar gestraft.
In 1978 kon Jung Chang als student naar het Verenigd Koninkrijk. De vrijheid in.
Wanneer ontdekte je dat je vrij van geest was? vroeg Mischa Blok. Jung Chang: “Wij dachten nooit in die termen. Vrijheid was geen criterium. We waren geconditioneerd om Mao’s bevelen te volgen. Hij was deel van ons bestaan, onze god. Hij was unmentionable”. Dat ze er nu na jaren anders over is gaan denken blijkt aan het einde van de avond, als ze opmerkt : “Ik vind het afschuwelijk dat Mao bij China hoort”.
In het VK voelt Jung Chang zich thuis antwoordt ze op de laatste vraag uit de zaal. “Maar ik heb eigenlijk niets met het begrip ‘ergens thuishoren’. Ik heb mijn huis ingericht in Chinese stijl”. Ook wijst ze trots op haar turquoise zijden hoofdtooi, “Zijde uit mijn geboortedorp Sichuan, een van de beste soorten in China”.
Jung Chang: Vlieg, Wilde Zwanen. Mijn moeder, China en ik, en diverse andere werken van Jung Chang zijn verschenen bij uitgeverij De Boekerij.