Door Ans Hooft
De aardige man in het oranje zei dat we ons op het topje van onze neus moesten concentreren en op niets anders. Je moest je hoofd helemaal leegmaken. Als we per ongeluk toch een gedachte zouden krijgen, dan moest je die gedachte bekijken zonder oordeel en haar vervolgens laten wegvloeien. Het klonk heel simpel.
We zaten op kinderkrukjes in de tempel en mijn rug begon pijn te doen van die rare houding. Ik had nog geen twee uur geslapen; dit soort pittoreske kloosters hebben altijd keiharde bedden. We zaten zo dicht bij elkaar dat ik kon ruiken dat niemand zich in de enige douche had gewaagd.
Het was zondagochtend 07.00 uur en ik probeerde al een half uur te denken aan het topje van mijn neus. De bedoeling van dit temple retreat was: meer leren over boeddhisme, mindfulness en meditatie. Een boeddhist kan het ultieme geluk bereiken. Waarschijnlijk niet in één weekend, al rekende ik daar natuurlijk wel op. Maar mediteren vind ik moeilijk en ik kan nog geen 10 seconden aan het topje van mijn neus blijven denken.
De ontzettend aardige man in het oranje kon dat wel. Hij was volledig in balans, had geen last van dat stomme kleine krukje en ook geen last van zijn rug. Het deerde hem niet dat hij geen fatsoenlijke douche had; hij wóónt hier! Om 05.00 uur had de grote gong ons wakker gemaakt en waren alle andere aardige mannen in het oranje al op. Ik vroeg me af hoe je kunt besluiten om hier te gaan wonen, om elke dag om vier uur op te staan en je te wijden aan het boeddhisme en het bereiken van ultiem geluk. Zie je, daar was weer zo’n gedachte, terwijl ik echt alleen aan het topje van mijn neus moest denken.
Hoe vertelde hij dat nou: als je iets vervelends moet doen, dan kun je jezelf ervan overtuigen dat je het vrijwillig doet. Dan is het niet meer vervelend. Ik ken die techniek, maar hoe werkt dat dan bij de pijn in mijn rug van dit stomme krukje? Ik zit hier vrijwillig, maar toch doet het pijn. Kan ik daar overheen stijgen, zoals een Shaolin-monnik op een spijkerbed? Hoe oefenen ze dat eigenlijk? Zouden ze dat in dit klooster ook doen? Oh ja, het topje van mijn neus.
Hoe mooi is dat, om te geloven dat elk leven waardevol is. Maar dat betekent dat vlooien en ander ongedierte niet doodgemept mogen worden, ook al vind ik ze in mijn bed. Aan mijn kippenvelreactie merk ik dat ik duidelijk nog niet klaar ben voor de boeddhistische levensopvatting. Zouden we bepaalde griezelbeesten niet kunnen uitsluiten van dit geloof? Of ben ik nu een nieuw soort apartheid aan het uitvinden?
Heel ver weg hoor ik de stem van die aardige man in het oranje en iemand prikt me in mijn zij. Ben ik echt in slaap gevallen? Het gesprek gaat over iets dat ik niet kan volgen. Waarom mag je ook niet langer slapen in zo’n klooster? Dat zou mij juist helpen bij het bereiken van het ultieme geluk. Ik ben blij dat we naar buiten gaan om qi gong te oefenen, want dat lukt me beter dan mijn hoofd leegmaken. Tijdens de qi gong, heerlijk in de zon terwijl de vogels fluiten, denk ik ineens aan het topje van mijn neus. En ik voel me gelukkig.
Ans Hooft woont al 17 jaar in Shanghai. Ze schreef het boek ‘Lockdown in Shanghai’
https://www.boekenbestellen.nl/boek/lockdown-in-shanghai/62959